RYNK BOSMA: Mythe als opium
Het inktzwarte bouwland kleurde even zwart als de eigen gedachten in die gedenkwaardige pauze tijdens de WK-finale van 1974. Alles stond even op zijn kop, alle wedstrijden van Oranje als dienstplichtig militair gezien in de toen nog vijandige Heimat. Het slot moest de bekroning zijn in een groeiend oranjegezind Nederland. Het kwam niet meer goed en de voetbalwereld, ‘wij’ in het bijzonder, was groot onrecht aangedaan immers de ‘besten’ hadden verloren.
Dat verhaal of die opvatting groeide uit tot mythologische proporties en de daarmee verbonden frustaties kwamen altijd bovendrijven als er geruime tijd aan Bacchus was geofferd. Het beeld van een wraaktocht op die Duitsers, het appeltje van de Tweede Wereldoorlog die assistent Cor van der Hart halverwege het verblijf had willen bestrijden met een demonstratieve weigering toen hem een Ausweis werd gevraagd. Willem van Hanegem voerde zijn guerilla vanachter de microfoon door stelselmatig te weigeren in het Duits te antwoorden.
Allemaal voorvallen die er op wezen dat het hele WK van 1974 in het teken van een ouderwetse odysee stond om bijna 30 jaar na 1945 toch nog wraak te nemen voor die hongerwinter of die rijwielen die waren verdwenen. Ook de tijd werkte wat dat betreft mee, Nederland had als natie nog lafhartig de illusie van het heldhaftige land van de Februaristaking, dat taai verzet had geboden bij het afvoeren van de Joden. Een beeld dat het geweten geruststelde.
Hoewel het mislukte EK in 1976 de aanhanger van ‘Wij waren de besten’ toch wel argwanend had moeten maken, paste die andere versie beter, het kwam beter uit voor de eigen gekleurde gemoedsrust en de illusies over eigen helden. Die roze mythe werd allengs mooier terwijl de verontwaardiging over zoveel sportief onrecht plaatsmaakte voor gelatenheid. Immers sindsdien was er al veel meer onrecht geweest. Nooit de finale van 1974 terug gezien, het was niet nodig want de beelden en de oordelen lagen vast. Totdat Auke Kok het boek ‘1974. Wij waren de besten’ schreef. Na herhaaldelijk aandringen toch besloten dit sportboek te lezen.
Daarna opnieuw de wedstrijd van 1974 bekeken en toen kwam het besef dat ik ruim 20 jaar met een riante leugen had geleefd. Wij waren helemaal niet de besten in die laatste wedstrijd, wij speelden tot die finale het beste voetbal maar gingen opnieuw op het moment suprême ten onder aan misplaatste hoogmoed, onderlinge vetes en eigenbelangen. Decennia lang in beeld en woord besodemieterd door een mythe omdat dit verhaal zo mooi aansloot bij de eigen gemoedstoestand. Tientallen jaren bedonderd door de werkelijkheid van Amsterdamse grootbekken achter de schermen, kleinzielige, persoonlijke vetes die bepaalden wie mocht spelen en wie niet.
Sindsdien ben ik genezen van allerlei soorten en vormen van mythes. Als ik straks op het WK naar het nieuwgebouwde stadion in Zuid-Afrika kijk, met op de achtergrond de fraaie Tafelberg dan denk ik aan het oude stadion dat moest wijken omdat er rondom te veel sloppenwijken lagen die weg gepoetst konden worden. Als ik de voetbalvoorzitter van de FIFA straks hoor reutelen over hoe goed een WK is voor het land, denk ik aan al die armoede die in juni wordt weggemoffeld om te wijken voor de mythe.
Of, om dichter bij huis te blijven, het kleine overstapje te maken naar de verkiezingen van gisteren. Acht jaar geleden schreef Pim Fortuyn de Puinhopen van paars waarin hij afrekent met 20 jaar politiek beleid van ‘potsemakers’ op het fluweel. Half Nederland liep achter deze man aan, hij handelde in mythes en niemand nam de moeite zijn betoog en opvatting te toetsen. Terwijl er wel gelegenheid voor was omdat enkele weken na de ‘Puinhopen’ een verhaal in de Economist verscheen dat juist het omgekeerde beweerde: 1982-2002, Nederland, ‘the best place to be’ zo was de strekking.
Er was geen aandacht voor, mensen hobbelen ondoordacht achter mythes aan die passen bij hun gemoedstoestand. Wat voor sport geldt, is ook waar voor de politiek. Landelijke politici jeuzelen in Leeuwarden alsof zij beslissen over wel of geen ‘Haak’. De ‘Mozart’ van Limburg kan succes hebben omdat de zelfde mensen die drugs in Nederland willen verbieden, zich wel geestelijk laven aan en laten verdoven door de grootste drug van deze tijd: de mythe, opium als angstbezwerend zieleheil die elke vorm van zelfstandig denken uitbant.
Rynk Bosma
Reacties (0)