RYNK BOSMA: Respect
De klassieke voetbalderby op de grens van de ‘oare Wâlden’ van zaterdag had alles in zich om een geslaagd feest te worden. Mooie blauwwitte Ryptsjerkster vlaggen van de thuisclub die met jeugdig elan heen en weer werden gezwaaid, betrekkelijk veel publiek, een aparte tent om de dorstigen bij de nabeschouwing na afloop te bedienen. Maar uiteindelijk ging het om een voetbalwedstrijd. Zoals zo vaak bij evenementen waarop de omgeving zich erg verheugt, viel het nu ook weer danig tegen. De thuisclub had de intentie om te winnen, hielp moeiteloos een aantal fraaie kansen naar het hiernamaals, terwijl de gasten verdronken in onmachtige capriolen die vaak leidden tot al dan niet ernstige blessures. Het missen van die kansen bezegelde het lot van de ploeg van goede wil. Een halve kans en het was 0-1.
Als trainer kun je de prestaties van de ploeg die je het veld opstuurt niet echt beïnvloeden. Taktiek, looprichtingen en andere opkomende en afdruipende verdedigers, het helpt allemaal niets als de uitvoerenden onmachtig zijn het uit te voeren. Je kunt hooguit wat voorzichtige aanwijzingen geven of op een andere manier je fanatisme tonen. De trainer van de gasten had alle reden, gezien het vertoonde spel van zijn ploeg, om zich bescheiden in een hoekje van de dug-out terug te trekken. Gelaten het matige spel van zijn ploeg accepteren, speurend naar een enkel lichtpuntje zoals dat dan betaamt.
Maar nee hoor, met het vorderen van de wedstrijd en de onverdiende voorsprong op het scorebord was de erg jeugdige scheidsrechter een voor de hand liggend doelwit. Voor de neutrale toeschouwer leidde de man naar behoren met af en toe een gele kaart die in een enkel geval ook rood had kunnen zijn. Zijn stopwatch liep niet achter en door de vele blessures, maar vooral ook aanstellerij, trok hij nogal wat tijd bij. ,,Zeg scheids, hoe lang gaan we nog door? Straks is het donker hoor,’’ zo ging de trainer langs de kant te keer. Voor de bankzitters en invallers een mooie gelegenheid om dit ook te roepen. En, verrassend origineel, in de 103e minuut een invaller laten warmlopen, die dan nog 30 seconden mag ‘stelen’. Het nut hiervan is nog nooit bewezen, maar iedereen doet het.
Soms heeft deze laatste, gekke gewoonte veel weg van een mentale test, zoals Stanley Menzo deed toen hij Frits Dantuma in de 93e minuut liet invallen. Jawel, twintig jaar na Jouke Dantuma weer een ‘Wâldman’ bij Cambuur, maar dit even terzijde. Zonder morren en met blij gemoed stapte de jeugdige voetballer het veld in. Hoe anders was dat bij de voetballer Ka van Roda JC, die ook voor een minuut mocht opdraven. Hij weigerde, riep zelfs dat dit ‘gebrek aan respect was’ terwijl de tv-camera het allemaal vastlegde en wij dus mochten meegenieten.
Het hoge woord is er uit, respect, het komt de pen bijna niet uit zonder het gevoel te hebben af te dalen naar een zalvend Balkenendejargon. Het wordt gehanteerd als een oude bezweringsformule, als je het maar vaak genoeg herhaalt, dan werkt het wel. Op het moment dat er reclame voor moet worden gemaakt, is het al te laat. Door de week komt het woord bij de Champions Leaguewedstrijden eindeloos voorbij als reclameslogan.
Respect is niet een toverdrankje dat in apotheek of winkel te koop is. Het is een eigenschap die van nature in de mens moet zitten of moet worden bijgebracht, evenals een zekere mate van beschaving. De trainer in de derby zal zeggen dat zijn gedrag een ‘onderdeel van het voetbalspel’ is zonder de intentie een ander zonder respect te willen behandelen. Het dient het belang van de eigen partij en dan mag veel.
Wie gisteravond de trainers van Arsenal en Barcelona heeft bekeken weet wel beter. Beschaving en respect is niet aan te leren, het geestelijke adeldom kleeft aan deze mensen zoals het ook kleeft aan de twee ploegen die beide heren het veld insturen. Uitzonderingen zijn het, die dienaars van het mooie voetbal en dat gebrek aan respect dan niet in een betekenis is te vangen en dus uit onverwachte hoek kan komen, bleek wel uit de vele gele en een rode kaart van de scheidsrechter.
Rynk Bosma
Reacties (0)