ARJAN BRONDIJK: Terug naar de basis
Het aantal kampioenschappen is op de vingers van één hand te tellen. De laatste keer op de boerenkar door het dorp was in de nadagen van mijn carrière, de eerste in de C-jeugd bij De Fivel uit Zeerijp. Veel weet ik daar eerlijk gezegd niet meer van. En dat geldt ook voor mijn inbreng. Ik was verreweg de jongste van het stel, maar dat was niet de reden. Alles draaide in dat team om één persoon, in leeftijd een paar jaar ouder, in beleving vele jaren ouder. Technisch en tactisch ver verheven boven de rest. Door zijn aanwezigheid stonden we bij de aftrap al met 2-0 voor. Hij boezemde de tegenstanders ontzag in en gaf ons hoop en zelfvertrouwen. Ook als wij onverhoopt op achterstand kwamen. De blik in zijn ogen verraadde dat het goed kwam en zo geschiedde.
Dat hij het zou schoppen tot profvoetballer was slechts een kwestie van tijd. Om dat te voorspellen hoefde je geen kenner te zijn. Hij ademde niet alleen voetbal, hij was voetbal. Helaas voor hem werkte Moeder Natuur echter niet mee. Het supertalent bleef aan de kleine kant en ontbeerde de pure snelheid om met voetbal zijn brood te verdienen. Wel haalde hij als jeugdspeler de voorselectie van het Nederlands elftal en was hij tien jaar lang vaste kracht van dé amateurploeg in de regio: Appingedam.
De withemden trokken destijds ruim duizend man publiek en vochten wekelijks schitterende duels uit om het kampioenschap in de eerste klasse en later in de crème de la crème, de hoofdklasse. Drie keer werd in de geschiedenis van deze roemruchte club de noordelijke districtsbeker gewonnen, twee keer de titel in de hoogste klasse van het amateurvoetbal. Daarnaast werd het landskampioenschap, na een heroïsch gevecht met SC Feyenoord, het Bredase De Baronie en het sterrenteam van Holland uit Utrecht, dat aantrad met onder andere Ricky Testalamuta (vriend van Marco van Basten), Gert van Hanegem (zoon van) en Neerlands beste zaalvoetballer van dat moment Edwin Grünholz, net niet binnengesleept.
Waar in den lande topamateurploegen flink met de geldbuidel zwaaiden om ex-profs binnen te halen, bedienden de Damsters zich grotendeels van spelers uit de regio, onder wie Eddy Tuik en Martin van Dijken uit Holwierde én Woldendorper Gerard Zeeman, aangevuld met talentvolle jeugd. En ook hun voorgangers, de generatie Windy van Dortmont, Dick van Streun, Hans van der Laan (nog altijd aanvoerder van het burgemeesterselftal) en Benny Korringa – om een aantal te noemen – hadden allen hun roots in en om het Eemsmondgebied.
Dat ging jaren achtereen goed, tot Appingedam meeging in de vaart der volkeren en ook met geld ging smijten om de aansluiting te behouden. ‘Sterren’ kwamen, de eigen jeugd zocht hun heil elders. Uiteindelijk bleven de resultaten uit en bleken de bestuurders hun hand te hebben overspeeld. Financieel is de club zo goed als bankroet, met als voorlopig dieptepunt het door de KNVB opgelegde speelverbod vanwege een contributieachterstand en het ziekmelden van trainer Roel van de Velde, die al maanden geen loon kreeg uitbetaald.
Maar er is hoop. Als clubman in hart en nieren is namelijk Henk Buikema bereid gevonden voorlopig de kar te trekken. Belangeloos. Uit liefde voor de vereniging. Hij zal (noodgedwongen) terugkeren naar de basis, de jeugd. Talenten opleiden, kneden en klaarstomen. Wat erbij komt kijken om de amateurtop te halen weet hij alles van. Hij hoeft alleen maar te graven in zijn eigen verleden. Terug naar zijn tijd als C-junior bij De Fivel.
Arjan Brondijk
Reacties (0)