ARJAN BRONDIJK: Hoop
Het was de droom van Ron Jans om met ‘zijn’ FC Groningen de bekerfinale te spelen én uiteraard te winnen. Begrijpelijk, want voor een trainer bij een club als FC Groningen is dit kleinood in de prijzenkast het summum. Daarom zal Jans ook bij zijn nieuwe werkgever, SC Heerenveen, blijven dromen. De Friezen zullen namelijk eveneens nooit kampioen van Nederland worden, althans als zich niet op korte termijn een geldschieter van het kaliber Roman Abramovitsj meldt aan de poort van het Abe Lenstra-stadion. En dan blijft er weinig over om te winnen. Plaatsing voor Europees voetbal is het hoogst haalbare. Een paar rondes overleven in dit toernooi een prettige bijkomstigheid. Zeker voor de penningmeester.
De bekerfinale, door dreiging van voetbalgeweld anno 2010 voorgoed (?) de nek omgedraaid, is alleen vermakelijk als clubs als Roda JC, FC Utrecht en SC Heerenveen op het moment suprême aan de aftrap staan in De Kuip. Zeker voor de neutrale toeschouwer, want de beelden in het NOS-journaal of in één of ander sportprogramma van een stoet kleurrijk uitgedoste mensen die per auto, bus, trein, fiets, boot of huifkar richting het mooiste stadion van ons land trekken, is aandoenlijk om te zien. In opperbeste stemming, dronken van geluk.
Maar dat is het dan ook.
Het bekervoetbal in Nederland is een farce, hoewel met name het commerciële radio- en televisiestation RTL ons, de kijker, wil doen geloven dat de bekerstrijd de crème de la crème op voetbalgebied in Nederland is. Niemendalletjes als Harkemase Boys tegen Feyenoord, Heracles Almelo tegen Haarlem of FC Twente tegen Helmond Sport worden neergezet als topduels waar de spanning van afdruipt, inclusief voorbeschouwingen en borrelpraat na afloop van het geploeter. Dat RTL een illusie creëert is vanuit hun optiek verdedigbaar. Niet alleen het handjevol potentiële kijkers uit Enschede en Helmond moet aan de buis gekluisterd zitten als de profclubs uit beide plaatsen tegenover elkaar staan, maar ook Jan Drupsteen uit Jipsingboermussel en Fraukje Bloemhof uit Emmer-Compascuum moeten ervan worden overtuigd dat ze iets wezenlijks missen als verdediger René Paardekooper met een splijtende pass spits Bruno Andrade alleen voor goalie Sander Boschker zet. Hup Helmond hup. Bravo.
Waarom het bekertoernooi in ons land niet van de grond komt, is voer voor psychologen. Heeft het met traditie te maken? Zou kunnen. Historie speelt een rol, maar zoveel eerder dan in Engeland (1871) – waar de FA-cup wel aanzien geniet – werd het bekertoernooi in Nederland (1898) ook niet geïntroduceerd. Heeft het te maken met geld? Zou eveneens kunnen. Bekerwinnaars mogen deelnemen aan de Europa League, financieel een stuk minder interessant dan de Champions League. Bovendien mag een handvol clubs die naast de prijzen grijpt ook Europa in.
Heeft het te maken met benadering? Het handjeklap tussen Feyenoord en FC Twente (de Rotterdammers naar de finale, de Enschedeërs drie punten in de race om de titel) doet in ieder geval vermoeden dat spelers van topclubs niet ten koste van alles de beker willen winnen.
Maar dit is niet de voornaamste reden.
De voornaamste reden waarom er schouderophalend wordt gedaan over de bekerfinale zijn die achterlijke badjassen die de spelers na het laatste fluitsignaal om de schouders krijgen geslagen. Wie heeft dit in vredesnaam bedacht? Uit welk naargeestig brein is dit idee ontsproten? Tweeëntwintig voetballende miljonairs die in een badjas-van-de-Zeeman-op-de-hoek hun medaille ophalen. Beelden die de halve wereld overgaan.
Meteen afschaffen! En de bedenker van dit alles voor de rest van zijn leven uit alle voetbalstadions op deze aardkloot weren!
Alleen dan is er nog hoop voor de nationale beker.
Arjan Brondijk
Reacties (0)