RADBOUD DROOG: Mooi
Te huur, voor al uw voetbalfeesten: een paar honderd Chinezen die zich verkleden als supporter van úw favoriete team. Ze zongen dinsdagavond zelfs het volkslied van de Volksrepubliek Korea mee. Omdat de Grote Leider van Noord-Korea vreest dat supporters uit eigen land na het WK in Zuid-Afrika zullen achterblijven, werd een op zijn zachtst gezegd vreemd besluit genomen: zet een stel Chinezen (want dat verschil zien die westerlingen toch niet) op de tribune, trek ze een rood shirt aan en leer ze snel fonetisch de vaderlandse hymne. Nog wat vuvuzela’s erbij en klaar is Kim. Namaaksupporters dus. Waar hebben we dat meer gezien? Juist, dicht bij huis, onze Bavaria Babes.
Dit WK kent een opmerkelijke paradox. Het voetbal is niet om aan te zien, maar toch kijk ik graag. Omdat de stadions mooi zijn, de Afrikaanse vreugde aanstekelijk werkt, de velden prachtig groen en glad, de scheids- en grensrechters uitblinken en de spelers – een enkeling uitgezonderd – sportief voetbal spelen. Ik schrijf dit verhaal op het moment dat er pas één strafschop is toegekend. En dat terwijl er al zeventien wedstrijden zijn gespeeld.
Het discussieprogramma van VI Oranje is bij mij favoriet. Puur amusement, met René van der Gijp als dagelijkse uitblinker. Hij heeft verstand van voetbal en vermijdt het typische voetbaljargon zoals ‘looplijnen’ en ‘in de ruimtes voetballen’. Van der Gijp heeft het vermogen om kritisch maar liefdevol en vooral humoristisch over voetbal te praten. Met gevoel voor nuance bovendien.
Johan Derksen maakte zich, net als ik, druk over het feit dat een aantal internationals van Oranje een privé-kapper had over laten komen. Het moet niet gekker worden, was mijn eerste reactie. Van der Gijps respons was ongeveer: waar maak je je druk over? Dat is voor die kapper toch geweldig? Dat ie een paar weken in Zuid-Afrika zijn vak mag uitoefenen. Dat is toch schitterend voor die man? En misschien zijn die spelers en kapper wel vrienden van elkaar… Zonder een spoor van cynisme onderkende ik het gelijk van Van der Gijp.
Hij legde gisteravond in simpel taalgebruik uit waarom Suarez, die zijn naam als serial diver dit toernooi overigens volledig waarmaakt, zo weinig scoort in de nationale ploeg van Uruguay. Dat komt volgens hem omdat Suarez buiten het zestienmetergebied precies zo voetbalt als daarbinnen. Dicht bij het doel heeft het gerommel van Suarez rendement, verder van het doel af is hij gevaarloos. Zo had ik het nog niet bekeken. Van der Gijp voegt werkelijk iets aan het programma toe. Zoals ook de analyses van Jan van Halst vaak verhelderend zijn.
Sportieve hoogtepunten zijn er tot nu toe nauwelijks. Het spel van Duitsland wordt terecht bewierookt en het WK-openingsdoelpunt van de Zuid-Afrikaan Tsjabalala was fenomenaal. Maar voor de rest zoek ik het vooral in de randverschijnselen.
Mooi zijn de entrees van de voetbalploegen; vlak voor het moment dat de teams het veld betreden nog even kort de camerabeelden van de spelerstunnels. Jongens en meisjes die aan de hand van de gladiatoren de arena betreden. En het valt me op dat de meeste spelers oog hebben voor de pupillen van de week. Vooral die van Chili bleken kindervrienden. Ik zag een stuk of vijf spelers die de bewonderende blikken beantwoordden met een welgemeende aai over de bol. Sommigen knielden zelfs even en knoopten met handen en voeten een gesprek aan. Het deed de jongens en meisjes in de spelerstunnel, die doorgaans slechts als decorstuk dienen, zichtbaar goed.
Hoogtepunt was ook het tranendal van Jong Tae-se, bekender als de Wayne Rooney van Noord-Korea. Hij huilde toen het volkslied speelde voor de aftrap tegen Brazilië. Nota bene de enige die in vrijheid leeft, want in Japan geboren en daar ook voetballend, liet hij zijn tranen de vrije loop. Waarom Jong Tae-se zo ontroerd was, heb ik nog niet gehoord. Ik vermoed dat hij blij was. Omdat hij deelgenoot is van een schitterend evenement. Dat sportief niet glorieert, maar als geheel straalt. En daar kan zelfs de vuvuzela niets tegen doen.
Radboud Droog
Reacties (0)