RADBOUD DROOG: Mijn finale
Na een avond flink doorhalen stapte Frankie de ochtend erna uit zijn bed en schopte me per ongeluk wakker. Ik lag op een matrasje naast Frankie en kreeg zijn voet in mijn gezicht toen hij over mij heen stapte. Het beeld dat volgde, dát beeld, staat voor eeuwig op mijn netvlies. Op het moment van passeren keek ik frontaal naar de onderkant van de gleuf van zijn witte gleufjesonderbroek. Het uitzicht toonde een brede bruine streep, omringd door gele kringen.
We dronken cola en aten groentesoep voor ontbijt. De ouders van Frankie rookten zware shag dat net als het kratje Schuttersbier tot de dagelijkse boodschappen behoorde. Omdat bij Frankie thuis alles mocht, waren we er graag. We speelden op de spelcomputer en de vader van Frankie speelde meestal mee.
Ze hadden een hondje. Frits liet zichzelf uit. Dan werd de deur opengehouden en maakte hij een blokje. Of niet. Dan deed hij zijn behoefte op de bank. Frits miste op sommige plekken van zijn huid haar. Daar groeiden alleen nog rode puisten met witte kopjes die door hem enthousiast werden opengekrabd. Frits’ maaltijden werden uit grote blikken Aldi-voer geschept en het was wellicht daarom dat hij regelmatig stond te kotsen. Een keer gebeurde dat pal voor de televisie terwijl wij druk bezig waren met een spelletje Donkey Kong.
Nadat Frits zijn oogst van die dag op het vale karpet had uitgestort bleef alles opmerkelijk genoeg bij het oude: we speelden door op de computer, de vader van Frankie pakte het volgende flesje bier uit de koelbox die naast zijn stoel stond en moeders rolde een sjekkie. Een week later lag de plas braak, weliswaar opgedroogd en nu deeluitmakend van het tapijt, er nog.
Barbecueën was favoriet. Alleen maar vlees, nooit groentes of salades erbij. Een stokbroodje kruidenboter was het enige naar vitaminen neigende bijproduct dat op de plastic borden geserveerd werd. De vader van Frankie was een uitstekend barbecueër, vonden wij. Hij wist alles van vlees. Er stond een enorme vrieskist in de bijkeuken waar alleen maar biefstukken, karbonades en shaslicks in lagen. Gek was hij op leverworst in zuur. Omdat ik zijn liefde voor vlees deelde, had ik een streepje voor. Of ik daarom een stukje leverworst in zuur wilde proberen. Zonder het antwoord af te wachten, haalde hij de worst uit de koeling.
Hij bood me een stuk aan waarvan hij zelf net een hap genomen had. Het glibberige stuk worst in de al even wiebelige zure gelei werd door hem als in slow motion naar mijn mond gebracht. Uit beleefdheid wilde ik hem dit moment van kameraadschap niet ontnemen en dus opende ik mijn mond en sloot de ogen. Ik nam een klein hapje en slikte meteen door. Toen ik mijn ogen weer opende en de verwachtingsvolle blik van pa beantwoordde met een smakelijk mmm… zag ik ‘m zitten. Een snorhaar; die was na vaders hap op het stukje leverworst in zuur achtergebleven. Ik bedankte vriendelijk doch dringend voor een tweede hap.
Moeder rookte zoveel dat wanneer iemand de familie belde en zij de telefoon opnam, de beller in de veronderstelling verkeerde dat hij met de heer des huizes sprak. Ze deed verschillende pogingen om te stoppen. Die strandden doorgaans na een paar dagen. Verslaafd als ze was, werd ze ’s nachts door vreemde waanbeelden overvallen. Dan werd ze wakker omdat er een onbekende man in haar slaapkamer stond. Om de man weg te jagen, stak ze snel een peuk op, die op het nachtkastje klaarlag. Noodpeukjes, noemde ze die. De man in de kamer, die haar alleen maar stond aan te staren, verdween altijd na een paar trekjes.
Het was 1988 en Oranje werd Europees kampioen. We keken bij Frankie thuis naar de finale. In de inmiddels zo bekende uitdossingen. Vader droeg een Ruud-Gullitpetje, met de vetste dreadlocks van het land. Moeder bracht frituurhapjes en wij schreeuwden zo hard als we konden Aanvalluh! Frits liet zichzelf uit in de tuin van de buren en pikte bij terugkomst in de woonkamer een stukje leverworst in zuur van tafel.
Radboud Droog
Reacties (0)