Runterholen 5
Na mijn ouders en zusje is mijn Oostenrijkse penvriendin de persoon met wie ik het langste een (platonische) relatie heb. Dat is (uiteraard) begonnen als vakantieliefde, ik meen in de zomer van 1982 en op de een of andere manier zijn we contact blijven houden, middels brieven, telefoontjes en bezoeken over en weer. De eerste paar keren in Wenen keek ik mijn ogen uit. Met niet meer dan MTS Werktuigbouwkunde als bagage viel ik van de ene verbazing in de andere. Zij, laten we haar M. noemen, studeerde (rechten) en stond midden in het (studenten)leven, terwijl ik in Stadskanaal wat betreft cultuur niet verder was gekomen dan de jaarlijkse gymnastiekuitvoering van mijn moeder en toneelvereniging ’t Voutenendje’.
In de geboortestad van Max Merkel, Ernst Happel, Hans Krankl en Niki Lauda at ik voor het eerst gepofte kastanjes, stond met open bek te kijken naar het Hundertwasserhaus en werd meegenomen naar experimentele bewerkingen van al niet eenvoudige stukken als ‘Eh Joe’ van Beckett, ‘Was gescha, nachdem Nora ihren Mann verlassen hatte oder Stützen der Gesellschaften’ van de latere Nobelprijswinnares Elfriede Jellinek en uiteraard het legendarische ‘Hörspiel’ van het enfant terrible van de Duitse literatuur, Peter Handke. Na elke opvoering gingen we naar de legendarische undergroundclub ‘Flex’ aan het Donaukanal, waar elke punker naast een rat op de schouder een baksteen in de hand had, zodat het me niet verstandig leek om met wie dan ook oogcontact te maken. Een biertje kostte honderd schilling, toen al vijf gulden, dus in een avond was ik door mijn budget heen en moest ik geld van M. lenen, dat ik terugbetaalde door dertig zakken borrelnootjes naar Wenen te sturen.
Ze verhuisde later naar een kleiner dorpje, Seebenstein, op ongeveer een uur van Wenen en daar kwam ik op bekender terrein, want een van haar vrienden voetbalde in het derde van Petting en tijdens de uitwedstrijd tegen Runterholen 5 (immer schwer, Auswärts) was ik in de gelegenheid een match (‘Kampf’) in de kelder van het Oostenrijkse voetbal te aanschouwen.
Los van de kleding, ze hebben er zelfs reclame op de broekjes en een merkwaardige voorkeur voor paars, scheelt het of je tussen de bergen voetbalt of op een winderig veld in Oost-Groningen. Een doorgebroken speler in Boven-Pekela staat oog in oog met de keeper en kan daarachter tot Hoogezand kijken. In bijna alle andere gevallen kijk je tegen de opstallen van een loonbedrijf aan of de verwaarloosde tuintjes van een volksbuurt, aangezien sportcomplexen bij voorkeur aan de rand van een dorp worden neer geplempt.
In het land van de Langobarden, Ostrogoten, Beieren, Franken, Babenbergers en Habsburgers is het Umfeld fenomenaal, aangezien de Alpen niet in Oostenrijk liggen, maar Oostenrijk in de Alpen. Dus als je weer opkijkt, nadat je met een-tweetje de vijandelijke defensie hebt geslecht, heb je goede kans dat je een keeper ziet, een doel, vakwerkhuizen en in de verte majestueuze bergen als Großglockner (3797 meter), Weißkugel (3739m) en Hintere Schwärze (3628) of de uitlopers van Wildspitze (3768) en Similaun (3606) en anders is er altijd wel een glooiend heuveltje, want tweederde van het land ligt minimaal vijfhonderd meter boven zeespiegel.
De derde helft (Dritter Hälfte, ook: Nachspiel) bood ook weer eens wat anders dan de eeuwige Amsteltjes en Freddietjes en die bruine hompen uit de vetpan. Zelfs in Tirol en Karinthië heeft een kantine (in ieder geval die in Runterholen) meer weg van een Weens koffiehuis en na de wedstrijd kon je er gewoon Bauernschmaus, Fiaker-Gulasch, Kaiserschmarrn, Germknödel, Tafelspitz und G’röstel en uiteraard Wiener Schnitzel (zo groot als kettingkasten) bestellen, terwijl het Edelweiss Weissbier, Eggenberg Urbock en Samichlaus Helles in vazen van minimaal een halve liter werden geschonken. Naast elke pul werd ongevraagd een ijskoud neutje eau de vie geplaatst, lokaal gestookt van om het even wat er in de boomgaarden voorhanden was: peren, pruimen of appels.
Verder was het een feest der herkenning. Ook in het Alpenland bleek het GPJ-voetbal (Gier, Peun en Jengel) te bestaan, al heette het daar Bumsen ohne Gummi-Fussball en bij elke beslissing van de scheidsrechter was het net als bij ons een en al gemekker, zij het dat het wat netter ging (‘Aber, Herr Schiedsrichter…’), ook richting grens (‘Aber, Herr Linienrichter…’). Onderling klonk het persoonlijker en ronduit vertrouwd waren aanwijzingen als ‘Manni, spiel doch endlich mal ab!’, ‘Hé, doe Trottel’ (sukkel), of ‘Gib acht, doe Affenarsch’, terwijl het meest favoriete scheldwoord ‘Scheisse’ bleek, dat zowel los, als in combinatie werd gebruikt.
Het duel eindigde in een verdienstelijke 1-1 (‘Eins zu eins, das nennen wir ein Auftakt!’) voor Petting 3, maar om heel eerlijk te zijn is voetbal daar een sport in de marge. Oostenrijk is het land van skiën, langlauf, schansspringen, rodelen en curling. Net zoals Nederland eigenlijk hét korfballand is.
Herman Sandman
Reacties (2)
hoi Herman ik wist niet dat jou Duits zo prima was , maar niet tegenstaande weer een prima column.
Iedere vrijdag lees ik met veel plezier jou column.
De groetjes.
Jakob H. ( SETA )
Dag Jakob,
Met zo'n achternaam als de mijne is een redelijke beheersing van de Duitse taal bijna een vereiste. Al gaat het achteruit. Toen ik laatst met de penvriendin belde en het niet zo goed uit kwam en ik op een later moment contact zou opnemen, zei ik: Ich belle dich.
Groet, Herman