De Nieuwjaarsbingo – akte 1 (Een hoorspel in twee akten)
De Verteller neemt de luisteraars mee naar een voetbalkantine, aan de rand van een middelgroot dorp, ergens in Noord-Nederland. Het is zaterdagavond, het land ligt bedekt onder een dik pak sneeuw. Buiten is het donker, binnen is het warm. De ruimte wordt gevuld met geroezemoes en gelach, uit de boxen klinkt ‘Back at the funny farm’ van Motörhead. Het koffiezetapparaat pruttelt en de laatste bezoekers van de Nieuwjaarsreceptie van voetbalvereniging Nieuw-Zozzelveen arriveren. In de hal klopt iemand de sneeuw van de schoenen, hangt zijn jas op en blijft even in de deuropening staan.
De Vrouw van de Kantinebaas roept: “Deur dicht! Het is hier geen kerk.”
De Voorzitter loopt naar de bar, pakt de microfoon en neemt het woord: “Humhum, Test 1, 2, 3, Ja, hij doet het, ik zie dat de laatste binnenkomt en het is ook acht uur, dus. Karel, zet die muziek maar zachter. Wat een lawaai, niet? Geef mij maar Jan en Zwaan, mensen. Nog n beetje. Zo ja. Beste mensen, welkom op… Karel nog niet tappen. Kunnen de heren van het derde misschien ook een keer even geduld hebben? Is koffie trouwens geen idee?”
Iemand van het derde schreeuwt terug: “Wij lusten geen koffie.”
De kantine barst in lachen uit.
De Voorzitter: “In ieder geval, beste mensen. Hé, wie zet die muziek weer harder? Jongens…, kan het even? Dank je, Karel. Graag even stilte, het duurt niet lang. Ik hou een korte toespraak en daarna begint zoals elk jaar de bingo. Om te beginnen iedereen de beste wensen. Mooi dat jullie allemaal zijn gekomen, dat tekent de sfeer en dat hebben we op dit moment hard nodig, want het zit even tegen, om het zo maar te zeggen. Financieel kunnen we het net bolwerken, de gemeente laat op zich wachten met dat kunstgrasveld en het eerste, ja, we zitten in de hoek waar de klappen vallen. De degradatiezone komt in zicht. Ik wil niet op de stoel van de trainer gaan zitten, maar teveel onnodige nederlagen dunkt me. Persoonlijk denk ik dat er af en toe wel wat harder gewerkt mag wo….”
Vanaf de tafel van het eerste, bij het raam, begint een speler te loeien: “Boeoehoeoe.”
De Voorzitter: “Wat is er Harm-Jan? Voel je je aangesproken? Geintje, mensen. In ieder geval, ik denk dat als we er met elkaar voor gaan, de hele club een tandje erbij, dat we dan een eind komen. Van hard werken is nog nooit iemand doodgegaan. Als het goed is heeft iedereen bij binnenkomst drie consumptiebonnen gekregen. Die zijn van het bestuur. De rest komt voor eigen rekening. Wens ik iedereen nogmaals een sportief 2010 toe en dan geef ik het woord aan Geert. Hij doet de bi…. .”
Iemand zet in: “En voor het bestuur nog eenmaal troelala, troelala, troelala en voor het bestuur nog eenmaal za….”
De hele kantine haakt in en Motörhead zwelt weer aan.
Geert: “Ja, STILTE GRAAG. Zet die muziek alsjeblieft uit. Anders kan niemand horen wat ik zeg.”
Stem uit de kantine: “Jij zegt ook nooit wat.”
Wederom gelach.
Geert: “Grappig, Henk. Maak je vrienden mee. Goed, ik wil beginnen mensen. We doen drie ronden en dan hebben we even pauze, kunnen jullie even wat drinken bestellen. Ik heb liever geen loperij tijdens het spel, anders wordt het weer een chaos. Karel zet straks overal schalen met oliebollen neer en komt later langs met hapjes. Ook een aardigheidje van het bestu…”
De kantine zet weer in: “…en voor het bestuur nog eenmaal troelala, troela….”
Geert gaat door: “WE BEGINNEN MET één rijtje. De bovenste horizontaal. Te winnen is een setje van twee theedoeken. Een dweil was passender geweest, want zo voetballen jullie ook, hahaha.”
De kantine blijft stil.
Geert: “…goed, daar gaat ie mensen. 4.”
“Bingo!”
Geert: “Haha, ja, Jans, grappig miejong. Misschien overbodig te melden: een valse bingo is een liedje. Denk daarom Jans.”
Vanachter uit de kantine roept Harry van het tweede: “Ja, Jans. Als jij gaat zingen ga ik naar huis.”
Derk van het tweede: “Jans, zing even een stukje.”
Jans: “En als ik dan bingo heb?”
Geert: “Wat gaan we doen mensen? Wil iemand anders dit misschien overnemen?”
Een volgende stem: “Ik kan niet lezen.”
Nu klinkt wel weer gelach.
Geert: “Ik ga gewoon door. Wie het niet hoort door zijn eigen geschreeuw heeft pech: 22.”
Iedereen luistert geconcentreerd.
Geert: “13, 48, 5, 19, 26, 33….”
Achterin de kantine roept Henk: “Beetje lang-zamer. Of moet je voor donker thuis zijn?”
Hier en daar gegrinnik.
Geert vervolgt: “55…, 70…, 1…, zo beter?”
Een stuk of tien brullen: “Jo!”
Geert: “14.”
“Bingo!”
Gevloek alom. Er klinkt gezucht en het geluid van pennen die op tafels worden neergelegd. De Wedstrijdsecretaris loopt breed grijnzend naar voren.
Als hij langs Henk van het vierde loopt, zegt deze: “Ja hoor, hij wel weer.”
De Wedstrijdsecretaris: “Dat komt Henk, omdat ik een winnaarstype ben.”
Henk: “Ach val toch dood.”
Geert: “Hoho jongens. Vrede op aarde. Geldt voor jullie allebei.”
Geert controleert hardop tellend de nummers. De bingo is goed. De Wedstrijdsecretaris neemt de theedoeken blij in ontvangst en als hij terugloopt haalt hij ze even over het hoofd van Henk.
Geert pakt de microfoon: “Gaan we nu verder met drie rijtjes horizontaal. De bovenste. Iedereen weer klaar. Karel ik lust wel een oliebol.”
Karel: “Het is hier geen hotel. De schaal staat hier op de bar. Pak zelf maar.”
Geert: “Je zult eens iets voor een ander over hebben. Goed, beste mensen, daar gaan we weer. 37, ….”
Dan zwaait met een klap de kantinedeur open.
Herman Sandman
Reacties (0)