De Nieuwjaarsbingo – akte 2 (Een hoorspel in twee akten)
Het is hem. Uit Hong Kong.
Iemand zegt: “Hé, Geert.”
“Dai zich…”, vult de Geert van de bingo automatisch aan, maar de rest van de zin slikt hij in.
De kantine valt stil. Behalve dat uit de stereo ‘Lonely this christmas’ van Mud te horen is.
Geert loopt naar de bar. Af en toe zegt er iemand ‘moi’.
Geert zegt een paar keer ‘moi’ terug.
Tegen Karel achter de bar: “Tequila.”
Karel: “We hebben alleen bier en wijn.”
Geert: “Lul niet. Die fles van Grace Jones staat hier nog. Achter de pakken koffiemelk in dat kastje daaronder.”
Karel: “Oké, oké.”
De barkeeper snijdt een citroentje, legt de schijfjes op een schoteltje en zet die met de zoutpot naast de fles. Terwijl Geert in vlot tempo drie borrels achterover gooit, hervat de andere Geert voorzichtig de bingo: “37…”
“Is al geweest”, corrigeert Harm-Jan.”
Geert: “Fuck, sorry, mensen. 10…”
Het foutje doet de aandacht richting Geert wat wegnemen. De kantine concentreert zich weer op de bingo. Terwijl Geert de nummers opleest, wordt hier en daar zacht gesproken: “34…, 20…, 8…, 85…”
Henk: “Kan niet. Bingo gaat maar tot 75.”
Geert: “Misschien in 1812 nog wel. Een keer vaker buiten de deur komen. We zitten nu in 2009 en deze gaat tot 90. Wat zeg ik? 90…, 40…, 52…”
Dan klinkt de stem van Jans. Enigszins in paniek: “Hohoho.”
Geert: “Wat nou weer? Ja, Jans, zeg het maar.”
Jans: “Ik moet een ander kaartje. De nummers die jij roept staan hier niet op.”
Geert zucht: “Wat een grappige man is het toch. Je zou je er lam op slaan.”
Voor Jans antwoord kan geven, roept Harry: “Wat spelen we eigenlijk. Drie rijen of vol kaartje?”
Geert: “Sjonge, wat een eendenkwekers. Drie rijtjes. Had ik al gezegd.”
Harry: “Volgens mij niet.”
Geert: “Volgens mij wel.”
Henk: “Nee hoor, Harry heeft gelijk. En wat is er te winnen?”
Geert: “Ik heb gelijk. Als jullie eens wat minder praten en meer luisteren. Een föhn.”
Henk: “Een föhn?”
Geert: “Een föhn.”
Henk: “Wat moet ik met een föhn?”
Geert: “Je had inderdaad meer aan die theedoeken, haha. Als jij kopt is het hands. Maar meedoen is geen verplichting hoor. Je mag gerust weggaan.”
Terwijl het rumoer in de kantine weer toeneemt, gaat Karel aan de bar naast de Geert uit Hong Kong zitten.
Op de achtergrond klinkt ‘Can the Can’ van Suzi Quatro.
“Dat is een verrassing.”
“Ja?”
“Voor ons wel.”
“Voor mij niet.”
“Alles goed?”
“Joa.”
Geert van de bingo: “Mensen, ik wil graag verder. Even weer stilte graag: 3…, 9…, 38…, 12…, 88…”
Karel: “Waar kom je vandaan dan? Hoe wist je dat we nu hier waren? Waarom ben je terug? En waarom ben je toen zo plotseling vertrokken? Niema…”
Geert: “Een hoop vragen, Karel. Ik heb geen zin om ze te beantwoorden. Zijn jouw zaken niet. Van niemand van hier. Zoveel tijd heb ik ook niet. Maar dat jullie hier zitten is niet zo moeilijk. Dit is toch de Nieuwjaarsbingo, nietwaar?”
Karel: “Ja.”
Geert: “Dat bedoel ik. Heb je een flesje bier voor me. De tequila is op.”
Karel pakt een biertje uit de koelkast.
“2.”
“Bingo.”
Geert: “Dat is een snelle, Tiny.”
“Als ik wil kan ik snel. Even wachten hoor. Want ik heb wel last van de poten.”
Geert: “Let op je woorden wil je.”
Tiny: “Let jij maar op je tanden. Voor je het weet zitten ze in het plafond. Vooral als je mijn bingo afkeurt.”
Gelach.
Geert telt hardop en de bingo is goed: “Kijk Tiny, een mooie föhn. Zo te zien komt ie…”
Tiny wil beginnen te sputteren: “Winkelhaak in de be…”
“Oké, oké, ik zeg al niks meer. Nou, wat doen we? Daar gaat ie weer, mensen. Een vol kaartje. Daarna hebben we pauze. Ik herhaal het nog maar een keer voor alle DOVEN EN SLECHTHORENDEN IN DE ZAAL. EEN VÓL KÁÁÁÁÁRTJE. DE PRIJS IS EEN PAAR AUTOBOXEN! VRAGEN?”
Harm-Jan: “Ik heb een brommer.”
Als Geert met een ‘wat is het ook een enorme lul’ zuchtend de bingo hervat, doet Karel aan de bar een nieuwe poging: “Kom je nu direct uit Hong Kong?”
Het blijft even stil. De stereo speelt ‘Sacramento’ van Middle Of The Road.
Geert: “Ja.”
Karel: “Maar…”
Geert: “Karel, niks vragen. Ik wil hier gewoon even zitten. Een paar borrels drinken. Verder niks. Snap je dat?”
Karel: “Ja, maar…”
Geert: “Kop dicht Karel.”
Karel: “Oké.”
“50…, 7…, 23…, 61…, 35…, 25…”
Geert: “Ik heb mijn vader gevonden.”
Karel: “WÁT!!!???”
Geert: “Daarom ben ik terug gegaan. Ik moest hem zoeken. Ik heb hem gevonden Op een kerkhof in Macau. Hij is dood. Verder weet ik ook niks. Wil je dat tegen mijn moeder zeggen?”
Karel: “Waarom doe je dat zelf niet?”
Geert: “Zoals ik al zei: ik heb niet veel tijd. Ze zullen zo wel komen.”
Karel: “Wie?”
Heel in de verte klinkt een sirene. Dat is niet zo heel goed te horen met op de achtergrond het gegier van The Sweet in ‘Blockbuster’, maar het komt wel degelijk van buiten.
Karel is verward: “Wat is er nu aan de hand?”
Geert zucht en staat op: “Gewoon te veel om uit te leggen. Zoals gezegd: het zijn jouw zaken niet. Maar het is niet alleen in de Jupiler League. Een tip: geen Babi Pangang meer bestellen. Meer zeg ik niet. O ja, wil je deze cd aan Herman geven. Motörhead heeft een clublied voor jullie gemaakt. Met de groeten van Lemmy. Moi.”
Karel blijft zitten. Terwijl de sirene langzaam dichterbij komt, loopt Geert door de kantine naar buiten, knikt hier en daar van ‘Moi’ en is weg.
“62…, 72…, 44…”
Herman Sandman
Reacties (1)
Leuk stukkie Herman!! Met leuke ontwikkeling aan het eind. Voor de vaste lezer herkenbaar!