Ik was geen echte voetballer
Wat me bij de terugkeer in het amateurvoetbal, want zo mogen we deze columnserie bestempelen (anderen worden trainer of analist), opvalt, is dat dezelfde figuren er rondlopen als twintig, dertig jaar geleden. Wim van den Heuvel was al oud toen ik net begon, Jan Wardenburg is toe aan club nummer zeventien en zelfs Appie Schipper schijnt zich nog steeds op te winden in Nieuw Buinen. Ik ging er vanuit dat Wilbert al lang ergens onder een brug zou liggen, maar nee en tot mijn verbazing duiken uit alle hoeken en gaten allerlei oude bekenden (vrienden had ik niet, nog steeds niet) op.
Daar is slechts een reden voor: ze kunnen niet zonder voetbal. En dat heb ik minder. Het is leuk er over te schrijven, maar er gaan weken voorbij dat ik op televisie geen bal zie en ik kom nooit bij een wedstrijd. Eerlijk gezegd is het enige waar ik naar kijk Voetbal International en vooral om de mannen die er zitten. Dat het over voetbal gaat is meegenomen. Ik luister graag naar Johan Derksen die bedachtzaam formulerend man en paard noemt. René van der Gijp is ook leuk. Hij hangt de paljas uit, maar zegt zinnige dingen. Aan Hans Kraaij jr. erger ik mij groen en geel. Als Derksen opmerkt dat hij Ronald Koeman geen goede trainer vindt, zegt Kraaij: ‘Jullie kunnen Koeman nu wel een goede trainer vinden, maar neem van mij aan…’, waarna hij precies hetzelfde constateert. Als Derksen daar weer een opmerking over maakt, wordt Kraaij wild en moet Van der Gijp hem (‘rustig Hansie’) tot bedaren brengen. Kraaij slaat wartaal uit, maar hij moet vooral blijven zitten.
Ook in mijn carrière kon ik zonder voetbal. Als ik mocht kiezen tussen zelf trainen en een Europa Cup-wedstrijd kijken, koos ik voor de televisie. Ik had sowieso een hekel aan trainen. Er was immers zoveel meer, op de bank liggen en een boek lezen bijvoorbeeld en eenmaal boven de achttien dook ik het uitgaansleven in met een gretigheid die mij in voetbaltenue vreemd was. Een afgelaste wedstrijd was in mijn adolescente jaren geen probleem. Wanneer ik wakker werd met een steen in mijn maag, een hoofd als een betonblok en het gevoel dat ik schuurpapier had gedronken hoopte ik zelfs dat de velden afgekeurd waren. Al ging een uur later altijd de telefoon: ‘Er is wel trainen.’
Mijn teamgenoten waren er veel meer mee bezig. Zij lazen wedstrijden. Ik las ‘World according to Garp’. Een van onze middenvelder gaf tijdens de wedstrijd soms aanwijzingen. Dan moest ik iets anders gaan lopen, of hij ging anders lopen. Of hij gooide er een schepje bovenop. Al was dat weer niet zo heel ingewikkeld om te bedenken. Bij twee nul achter moet er altijd een schepje bovenop. Met nog een kwartier te gaan roept niemand: ‘rustig aan, jongens’.
Daarnaast ontbraken specifieke kwaliteiten. Ik had geen techniek, ik had geen passeerbeweging, ik had geen torinstinct, ik was geen leiderstype, ik had geen snelheid en ik was geen tactisch licht. Ik heb een keer een schijnbeweging gemaakt en die kan ik me tot op de dag van vandaag herinneren. Ik weet precies waar ik was, hoe ik stond, alleen niet meer hóe ik het deed. Het is ook bij die ene keer gebleven.
Ik deed maar wat, op basis van in de praktijk opgedane kennis en een soort boerenlogica. Ik ging er vanuit dat als ik een sliding vanaf tien meter inzette, met twee benen tegelijk, dat de verdediger dan wel bang zou worden en de bal zou verspelen. Dat klopte ook, al redeneerden de verdedigers even later net zo, dus het schoot niet echt op. Bij voorzetten en corners liep ik steevast naar de eerste paal. Als je dat maar lang genoeg volhield kwam er vroeg of laat een bal in je richting.
Ik kon ook heel domme dingen doen. Ik liep tegen onnodige rode kaarten aan, verspeelde ballen als dat niet moest en knalde in blinde paniek ballen de bosjes in, terwijl er in geen velden of wegen een tegenstander te bekennen was. In de kampioenswedstrijd tegen Noordscheschut stonden we met 2-0 voor. Zij drukken en drukken en iedereen liep mee terug en ik zou dan met de voorstopper mee moeten. Daar had ik geen zin aan. Ik hoor de trainer nog roepen: ‘HERMAN GA MET DIE MAN MEE!!!’ Dat was kort voordat hij de 2-1 inkopte en we nog een paar heel spannende laatste minuten meemaakten.
Soms leverde het aardige doelpunten op. Niet veel, maar ik herinner me, toen ik tijdelijk teruggezet was naar het tweede, een even bizar als fantastisch doelpunt. Er kwam een hoge voorzet vanaf links en ik stond aan de rechterkant van het strafschopgebied, met de rug er naar toe. Terwijl de bal onderweg was, draaide ik me zo om dat ik hem precies op mijn rechtervoet kreeg en ik de bal in de bovenhoek knalde. Echte voetballers doen dat niet.
Herman Sandman
Reacties (7)
Hoi Herman ,
Allereerst een goed 2010 gewenst.
.Altijd komt die wedstrijd tegen Noordscheschut weer tersprake als je het heeft over een kampioenswedstrijd.
Maar zo als jij je zelf in deze collumn neer zet was het toch niet dacht ik , jou torinstinct was wel naar behoren dacht ik zo , want als je bij de topscores in de klasse behoort dan zit dat wel goed dacht ik .
Groetjes en ga zo door Jakob H
Dag Jakob,
Voor jou en de jouwen (en voor al mijn bekenden en vijanden) al het goede voor 2010 gewenst. Ik weet niet of ik een torinstinct had. Het was elk seizoen een doelpuntje of tien, maar een topscorer moet er toch twintig in hebben liggen per seizoen, vind ik. Ik moest het vooral hebben van hard werken, een beetje inzicht, ik kon een bal vasthouden, koppen ging ook nog wel en af en toe raakte ik een bal zo dat ie er in ging. Maar als jij vindt dat ik een goede voetballer was, ga ik jou niet tegenspreken, haha.
Groet, Herman
Hallo Herman,
Ook van mij alle goeds gewenst voor 2010. Ga vooral door met deze stukjes schrijven. Ik geniet er elke week weer van. Je moet jezelf niet onderschatten. Vaak heb ik genoten van jouw voetbal en humor in het veld.
Groet, Sodomer(Willy)
Je was een amusante spits om naar te kijken Herman, lui en dan weer hard werkend, dom, maar ook best wel slim, gespannen en dan ineens relaxed lachend, veel ongelukkige acties maar ook lof over zoveel voetbalintellect, egoistisch maar ook een teammate.... .... een spits onder de spitsen !!! Ga zo door !!!
PS: Goed koppen ??? Heb je wel eens een kopgoal zien scoren alleen errug jammer dat je de bal zelf niet in het doel zag verdwijnen, je had wederom de oogjes dicht bij het raken van de bal !!~!
Jouw ervaring Bestwelnkenner (waarom altijd die nicknames?) onderstreept wat ik met het stukje wil zeggen. Dan weer voluit, dan weer niks, dan weer goed, dan weer slecht, geen touw aan vast te knopen dus, al was het dus wel amusant.
Hallo Herman,
Hier even een bericht uit Alteveer, als ik je naam ergens lees dan gaan mijn gedachten terug naar jeugd.
We hebben in het verleden wel eens tegen elkaar gespeeld want we zijn immers van dezelfde lichting.
De wedstrijd die me het meest aan SETA doet denken was een wedstrijd tussen Alteveer C1 en SETA C1.
Als Alteveer deze wedsrijd wist te winnen dan waren ze kampioen. Bij een gelijk spel was SETA de gelukkige.
Volgens mij eindigde de wedsrijd in een 1-1 gelijk spel en was SETA de beste van de competitie.
Na de jeugd hebben we geloof ik nooit meer tegen elkaar gespeeld. Dit kwam mede doordat SETA een
zaterdag vereniging was en Alteveer op de zondag speelt.
Door een afgescheurde voorste kruisband speel ik helaas al een jaar of 8 niet meer.
Af en toe zie iets van jou in de krant en zie dat aan het schrijven bent begonnen. Ik wil je hier mee dan ook verder veel succes wensen. Ik weet niet of je mij nog voor de geest kunt halen. In ieder geval de hartelijke groeten van Gerard de Wijk Alteveer.
Dag Gerard,
Die kampioenswedstrijd is een van de weinige wedstrijden uit mijn jeugd die ik me kan herinneren. Dat was bij jullie. Onze leider reed geloof ik in een Datsun, dus dat is een hele tijd geleden.
Natuurlijk kan ik me jou nog voor de geest halen. Ook in de senioren hebben we wel tegen elkaar gevoetbald, al waren dat vooral vriendschappelijke wedstrijden (een keer op het veld van JVV; of heb jij bij ook bij JVV gevoetbald?) en jullie hadden altijd dat toernooi, op het eind van het seizoen. Er staat me ook zoiets bij dat we elkaar in het uitgaansleven een paar keer gezien hebben. In Winschoten? Of in Vlagtwedde? De Schutstal? Of in Frascati?
Grappig (of nou ja, grappig): een van mijn voorste kruisbanden is ook ingescheurd. Schaatsen kan ik overigens nog wel, heb ik vorige week ontdekt. Dat heb ik nooit gekund. Nou, doe iedereen de groeten in Alteveer. Hoe is het met Cassie?
Groet, Herman