De deur van de kleedkamer
Het komt niet sterk over als bij de tegenstander een mannetje zit die de bal naar de overkant van het veld kan gooien en je zegt: de inworp an sich is niks. Dan kun je net zo goed aanvoeren: een keeper houdt de bal steeds tegen. Ook niet logisch. Voetbal draait om doelpunten. Zoals we allemaal weten is het een heel karwei om een beetje leuke aanval op te zetten en als je dan eindelijk in het vijandelijke strafschopgebied bent en het lukt je om iemand in scoringspositie te zetten en de linksbuiten slaagt er daadwerkelijk in een schot laag in de hoek te produceren, dan staat daar zo’n klojo die de bal met zijn te grote handschoenen corner tikt. Dat is toch flauw?
Je kunt beweren: de deur van de kleedkamer was het probleem. Die klemde een beetje net voordat we het veld op wilden en onze spits is claustrofobisch en die begon als een waanzinnige douchekoppen om te vouwen. Terwijl hij normaal gesproken als een mes door warme boter demarreert en dubbele scharen afwisselt met flikflaks en driedubbele Rietbergers, stond ie nu negentig minuten lang als een trillend hertje tegen de zijlijn geplakt. Als de ingooi een intrap moet worden, is de logische conclusie dat je alle deuren van alle kleedkamers moet vervangen door douchegordijnen.
Er is altijd wel wat. De tegenstander kan dit heel goed en jij kunt dat heel goed.
Het zit zo: dit is voetbal, dit zijn de regels en wetten en hier moeten we het mee doen. Een ingooi is een ingooi, een corner een corner en buitenspel is buitenspel. Of randje buitenspel. Een van de charmes van deze sport is dat je over de interpretaties van de regels toerloos door kunt door ouwehoeren. Dat maakt het zo boeiend. Als alles van te voren vastligt, incluis zuivere speeltijd, dan is de lol er af. Het is toch het summum van reality-tv als de vierde official één minuut op zijn bord aangeeft, terwijl er blessures zijn geweest voor wel vijf? Schuimbekkende trainers, assistenten die opschrijfboekjes in de tribune gooien en wisselspelers die stoïcijns doorgaan met twitteren, beter kun je het niet krijgen.
Een nederlaag door een twijfelachtige penalty in de laatste minuut is goed voor dagenlang gespreksstof. Wat moet je als scheidsrechters alleen juiste beslissingen nemen? Dan kunnen alle voetbalpraatprogramma’s van de buis. Nu zitten we naar analisten te kijken die met een pennetje kringetjes trekken op een computer en dat verschijnt dan op breedbeeldformaat in de woonkamer. De mens is een fascinerend wezen. Ooit liepen hier dino’s die zo groot waren dat als ze een scheet lieten half Nederland een hete zomer beleefde, nu luisteren we naar Co Adriaanse die vindt dat Martin Jol bij Ajax niet in een trainingspak met een petje mag lopen. De kroon op de evolutie, ja.
Enfin, de regels van het voetbal zijn in een paar honderd jaar niet aanmerkelijk veranderd. Ja, op details. Keepers mochten niet meer zoveel met de bal lopen en stuiteren (dat was ook om gek van te worden) en op zeker moment moest iedereen scheenbeschermers dragen omdat je anders aids kreeg. Dat is het ongeveer qua wetswijzigingen. Daar kun je iets van vinden of niet, regels die al zo lang bestaan geven wel houvast, al heb ik ook wel wat vragen.
Net als een inworp is een corner raar. Je schiet op doel, een verdediger probeert hem te blokken (sowieso kinderachtig) raakt hem aan en dan moet je de bal 25 meter verderop leggen, helemaal in een hoek. Nee, we waren híer bezig.
In plaats van jeremiëren over eeuwenoude regels is het beter te concentreren op waar het werkelijk om draait. Dat is het functioneren van het middenveld. Daar staat of valt alles mee. De centrale linie moet de voorhoede ondersteunen bij de aanval en de verdediging bij de verdediging, maar meestal is het andersom. Bij een aanval lopen die oenen bij de eigen achterhoede en als de tegenstander dreigend opkomt, staan die ouwe wijven voorin te kletsen. Dáárdoor gaan wedstrijden de soep in. Het is volkomen logisch dat, zoals het verhaal gaat, Johan Cruijff bij het wakker worden na zijn bypass operatie niet aan Danny vroeg waar hij was, wie hij was, hoe het met de katten ging, of dat ze de planten nog water had gegeven. Hij vroeg zelfs niet hoe het met hemzelf ging, maar hoe het middenveld van Barcelona had gefungeerd. Ik ben trouwens erg benieuwd wat Danny heeft geantwoord, maar Cruijff heeft gelijk: alles draait om het middenveld. Niet om een ingooi dat een raar fenomeen zou zijn. Juist niet, zou ik bijna willen zeggen. Het is een rustpunt, een moment waarop je iets hebt van: héhé, zo jongens, waar staan we nu? Eens even kijken, wie staat daar aan de overkant vrij …
De mooiste inworp ooit is trouwens niet gepleegd op de velden van Stoke City, maar in Oostwold, of Midwolda. In ieder geval ergens in het avondland achter Winschoten. Iemand van VVS of MOVV pakte de bal en wilde ingooien. Neenee, riep de scheidsrechter, de andere kant op. De jongen draaide zich om en gooide de bal in de bosjes.
Herman Sandman
Reacties (3)
Moi Herman,
Ken het verhaal, of het nu VVS of MOVV was kun je verifiëren bij Gert Boer..
Later
He Scot,
Het was in het achterland Oostwold. Het was een partij van de VVS –veteranen, waarschijnlijk het 6e of 7e elftal, destijds. Het ging om Henk Blokzijl(emeritus-postbode). Dat was zo’n slauwe. Waarschijnlijk om tijd de rekken, pakte hij de bal en deed net of hij wilde ingooien, terwijl de tegenstander mocht ingooien. Vandaar dat de scheids zei: “nee, andere kante”. Henk Blokzijl draaide zich pardoes om en gooide de bal in de bossen!
Leuke column trouwens,
Groetjes
Gert
Kijk, dan is dat ook weer helder. Kunnen we bij schrijven in de analen.
Gegroet, eendenkwekers