Na de wedstrijd, voor Die Sportschau
De vader van de voetballer: “…en bij die eerste kans had je op Jeroen moeten spelen. Die stond vrij.”
De voetballer: “In het strafschopgebied moet je schieten. Ik doe net als Ian Rush. Bob Paisley zei tegen hem: Go for goals.”
De vader van de voetballer: “Je bent Ian Rush niet.”
De voetballer: “Ik probeer gewoon wat. Als ik een doeltrap mocht nemen zou ik hem er ook op knallen. Zo goed is Jeroen ook niet.”
De vader van de voetballer: “Beter dan jij. Dat heb ik al vaker gezegd. Jij bent geen aanvaller. Als laatste man kun je verder komen.”
De voetballer: “Vind ik niks aan. Doelpunten maken is het mooiste.”
De vader van de voetballer: “Nou, dan mag je dat wel wat vaker doen.”
De voetballer: “Je doet net of het mijn schuld is. Laat die klootzakken in de achterhoede een keer de nul houden. We krijgen altijd minstens een tegen. Daar mogen we niks van zeggen.”
De moeder van de voetballer: “Willen jullie tomatensoep of kippensoep?”
De vader van de voetballer: “Kippensoep.”
De voetballer: “Tomatensoep.”
De moeder van de voetballer: “Ik doe tomatensoep.”
De vader van de voetballer: “Waarom krijgt hij altijd zijn zin?”
De moeder van de voetballer: “Hoeveel broodjes elk en wat er op?”
De vader van de voetballer: “Wat heb je?”
De moeder van de voetballer: “Ham, fricandeau en kaas.”
De vader van de voetballer: “Drie met fricandeau.”
De voetballer: “Mij ook.”
De moeder van de voetballer: “Zoveel heb ik niet. Doe ik jou ham, Geert.”
De vader van de voetballer: “Krijgt hij de fricandeau? Hij was hartstikke slecht!!!”
De moeder van de voetballer: “Was het niet koud op het veld? Ik vond het kil op de markt.”
De voetballer: “Omdat ik één kans heb gemist?”
De vader van de voetballer: “Een? Vier! Vier enorme kansen. In de eerste helft nog een en in de tweede helft die kopbal en bij die scrimmage stond je te slapen. De bal rolde over je voet.”
De voetballer: “Dat was een kutvoorzet.”
De vader van de voetballer: “Je bent niet scherp. Jij moet ze in de voeten hebben, op vijf meter van het doel, met in een straal van twintig meter niemand om je heen en de keeper dood op de grond.”
De moeder van de voetballer: “Ik kwam Fennie ook tegen, de moeder van Hans.”
De voetballer: “Ik let wel op. Er komt gewoon geen pass aan. ‘t Is een flipperkast. Iedereen peunt die ballen maar naar voren. Onze achterhoede heeft de bal: peun, hun achterhoede heeft de bal, peun. Onze achterhoede heeft de bal weer: peun. Allemaal vuurpijlen.”
De vader van de voetballer: “Dan moet je de bal misschien opeisen? Je bent nooit aanspeelbaar. Wij riepen in de tweede helft steeds: ga die hoek in. Ga die hoek in.”
De voetballer: “Denk je dat de tegenstander dat niet hoort? Dat ik die hoek in loop en de rechtsback denkt: nou, dat had ik niet door. Als jullie schreeuwen loop ik de andere kant op.”
De vader van de voetballer: “Ja, dát was een succes. Als je niet tegen coaching kan, moet je vrijdagsavonds minder drinken. Hoe laat was je eigenlijk thuis?”
De voetballer: “Twee uur of zo.”
De vader van de voetballer: “Ik geloof er geen reet van. Om zes uur moest ik naar de wc, toen stond je fiets niet in de schuur.”
De voetballer: “Twee uur. Die fiets ligt in de sloot.”
De vader van de voetballer: “Wát? Wat is er mee dan? Zou je die niet gaan halen?”
De voetballer: “Heeft geen zin meer. Frame verbogen.”
De vader van de voetballer: “Frame verbogen?”
De moeder van de voetballer: “Benen van de tafel jongens en oppassen. Soep is heet.”
De voetballer: “Ja, zoiets, weet ik niet meer.”
De vader van de voetballer: “Nou, dan ben je d’r goed mee bezig jongens. Geen wonder dat je het ene been niet voor de andere kunt krijgen.”
De moeder van de voetballer: “Hij mag toch wel naar de disco?”
De vader van de voetballer: “Niet als hij moet voetballen. In de kleedkamer stonk het gewoon naar drank.”
De voetballer: “Dat was ik niet alleen.”
De vader van de voetballer: “Nee, dat was duidelijk. Jullie waren niet vooruit te branden. Dat het niet lukt oké, maar je moet in ieder geval knokken. Vechten voor elke meter.”
De voetballer: “Krijgen we dat gelul weer.”
De vader van de voetballer: “Is toch zo? Je verliest met 3-0 van een degradatiekandidaat. Dan moet je een half uur kapot in de kleedkamer zitten. Maar jij, Harrie, Henk en Theo zitten na tien minuten weer te lachen. In de kantine zetten jullie die flessen bier aan de mond alsof je in geen vijf dagen water hebt gehad. Dat is toch een mentaliteit van niks?”
De voetballer: “En vroeger was alles beter zeker?”
De vader van de voetballer: “Ja. Dit moesten wij niet proberen. Dan had je op de training een probleem. Wij gingen zeker niet zwaar op stap. Wij gingen in het dorpscafé biljarten. Dan nam je een cola en een gevulde koek. Om elf uur waren we thuis.”
De voetballer: “Gevulde koek? Haha, wat een sukkels.”
De moeder van de voetballer: “Later gingen we dansen, bij Summertime.”
De voetballer: “Dansen? Hij?”
De vader van de voetballer: “Lach maar jongetje, later…”
De presentator van Die Sportschau der Nordschau: “Gutenabond meine Damen und Herren. Herzlich…”
Herman Sandman
Reacties (3)
Leuk stukkie Herman! Haha, hoe die moeder steeds de aandacht van de controverse probeert af te leiden, het is of je bij hen aan de keukentafel zit .
Mooi stukje om te lezen!
De werkelijkheid ten top.
Mooi stukkie.