Een warme persoonlijkheid
Een mevrouw zei op Radio 4 dat ze vrinden van Klaas waren. Klaas was – neem ik aan - dirigent of componist en volgens die mevrouw vooral ‘een warme persoonlijkheid’. Denkend aan Dominee Gremdaat, dacht ik: ‘Kennen we die uitdrukking in de voetballerij, dames en heren, een warme persoonlijkheid?’
Ik ben bang van niet.
Een warme persoonlijkheid is een onder alle omstandigheden vriendelijk mens. Een zachtaardig individu dat nooit kwaad wordt, niet roddelt over anderen, de gewisselde linksbuiten een schouderklopje geeft, de rest hartstochtelijk aanmoedigt, in de rust sinaasappeltjes pelt, de pot met thee overneemt van de kantinejuffrouw (‘Wacht moar Trijn, doe hest al zo drok’) en na de wedstrijd de scheidsrechter een hand geeft, ook al heeft zijn elftal door drie onterechte penalty’s verloren. Kortom: een sukkel.
In principe begint elke voetballer met aardig doen, totdat een keer of wat een pass niet aankomt, de rechtsback zijn man laat lopen, of de trainer een corrigerende opmerking maakt. Dan verandert de warme persoonlijkheid in ‘a blood spitting motherfucker’ en begint het geraas en getier op iedereen en alles.
Wat overigens de juiste mentaliteit is. De voetballer moet een winnaar zijn en winnaars zijn egoïsten. Het is ikke, ikke, ikke, dan komt een hele tijd niks, dan weer een hele tijd niks en dan, heel in de verte, als kleine puntjes in de mist de anderen, het team. Anders dan bij bijvoorbeeld muziek, waarbij schoonheid en emotie voorop staan, gaat voetbal, een sport, om winnen en als er ten koste van alles gewonnen moet worden lopen warme persoonlijkheden in de weg.
Een warme persoonlijkheid zal, als de bal over de zijlijn rolt, zeggen: ‘Klopt scheids, ik raakte hem nog met een haartje van de achterkant van mijn kuit, dus de tegenstander gooit.’ De gebruikelijke reactie in de voetballerij is: ‘HÉ LUL. HÉÉÉÉ DIKKE LUL! WIJ GOOIEN! HÉ KLOOTZAK, VLAG EENS DE ANDERE KANT OP MAN! HÉ EIKEL! HÉÉ SCHEIDS! WIJ GOOIEN! HÉ GRENS! ZAL IK DIE VLAG EVEN IN JE REET RAMMEN? HÉ BLINDE! WÁT, IK GEEL? VAL TOCH HARTSTIKKE DOOD, HOMO.’
Ook buiten de lijnen zijn warme persoonlijkheden ver te zoeken. De trainer wil eveneens winnen en kan dat niet goedschiks, dan maar kwaadschiks en in de regel leidt dat tot met gebalde vuist uit de dug-out springen, bij iedere vrije trap tegen. Een warme persoonlijkheid zou begrip hebben voor een mindere dag van zijn mannen, omdat mensen nu eenmaal geen robots zijn, maar de aardige rechtsmidden wordt zonder blikken of blozen gewisseld als het gras over zijn schoenen groeit. Bij 2-0 achter in de rust zal de trainer geen Annique Rooibosthee serveren, Tibetaanse mantra’s brommen en wierookstokjes branden, om yin en yang in het team weer in evenwicht te krijgen. Nee, hij gooit woedend zijn bekertje thee in de hoek, alvorens uit te barsten in een kwartier durende tirade, met veelvuldig gebruik van termen als ‘…staan te slapen…’, ‘…waar zijn we nou mee bezig…’ en ‘…ik heb nog zo gezegd…’.
De leider is het ook niet. Zou het moeten zijn, als een moederkloek bezorgd over het wel en wee van zijn jongens, maar negen van de tien keer is hij een verlengstuk van de trainer: ‘Je was ook niks vandaag.’ Als er een voetballer komt uithuilen is het standaardantwoord: ‘… ja, maar de trainer beslist.’
De verzorger masseert zich een ongeluk en hoewel voetballers op de massagetafel leeglopen, interesseren die klaagzangen hem geen reet. De grensrechter is er om te vlaggen en na de wedstrijd bier te halen, plus zes broodjes hamburgers, twaalf patat, acht kroketten en drie flesjes AA-drink en het bestuur wordt alleen toegezongen met het woord ‘nokken’ er voor. Wij hadden bij S.E.T.A. een voorzitter die in aanleg een warme persoonlijkheid was, maar hij zei net even te vaak ‘man, man, man…’ tegen mij, tegen iedereen trouwens en hij zoop ons bier op. Bij W.V.V. 5 stond middenvelder Gerrie bekend als ‘El Sympatico’, maar bij hem was het ’s ochtends vroeg weer een en al gegrom en gesnauw. Kantinepersoneel bestaat in de regel uit ouwe wijven die met de een over de ander kleppen en met de ander over de een, jeugdleiders denken allemaal dat ze Louis van Gaal zijn, lopen met opschrijfboekjes langs de kant bij F6 en jagen huilende kindertjes weer in het veld met: ‘Kop d’r veur. Nait bléren.’
De scheidsrechter zou het kunnen zijn, maar van een warme persoonlijkheid blijft weinig over na het week in week uit aanhoren van gezeik van 22 spelers plus begeleiding en supporters. Dan ga je vanzelf terugsnauwen.
Ik heb in dertig jaar tijd gevoetbald met klootzakken, rukkers, zemels en prutsers en in de ogen van anderen zullen al die termen op mij van toepassing zijn en ik herinner me slechts twee warme persoonlijkheden. Sieme zat bij ons in het tweede en ging elke week als reserve mee met het eerste. Hij was loyaal en zeurde nooit, al kreeg hij geen minuut speeltijd. Zelden heb ik zo’n blijmoedige reserve meegemaakt. Daarbij wist ie nog wel eens een smerige mop en hij was in het eerste jaar mijn klassenleraar op de MTS. Zijn standaard uitspraak: ‘Als ik gedaan had wat ik had moeten doen, was Herman nooit overgegaan.’
De andere was Robbie. Op familiedagen toonde Robbie zich een warme persoonlijkheid. Hij mixte drankjes voor alle vrouwen, stond onvermoeibaar achter de barbecue en ik heb hem nooit horen schelden. Aan het eind van zo’n dag kregen altijd dezelfde figuren ruzie en dan sprong Robbie er tussen. Robbie was echt een aardig mens, een warme persoonlijkheid, in goed Gronings: ’n Laive jong’. Maar ja, hij zat in het vierde.
Herman Sandman
Reacties (4)
Hallo Herman,
Als je Robbie Kamerling bedoeld ben ik het volledig met je eens.
Die bedoel ik ja. Dat was echt een aardig mens. Ook alle andere mensen waren aardig, maar Robbie was net even meer aardig.
Klopt. Vanuit het werk een week Tenerife en een week Kaapstad meegemaakt met Robbie. Geweldige tijd gehad en hij is inderdaad ontzettend aardig.
Arie
Ach ja Robbie. Als je hem op de kop zou schijten zou hij nog dank je wel zeggen.
Mooie column trouwens.