In mijn herinnering was ik een tijdje weggeweest vanwege een zware blessure en toen ik terugkeerde zat hij naast mij in de kleedkamer: ‘Moi, ik ben Niels.’
Niels was jong, onstuimig en opgewekt. Hij was alles wat ik toen niet was. Door hem besefte ik me dat ik een oude, ingezakte en humeurige voetballer was geworden. Zo ging dat dus. Je dacht dat er nooit iets zou veranderen, dat je altijd dezelfde zou blijven en opeens stond er iemand die je een spiegel voor hield.
Nadat onze club een succesvolle periode had gekend waren veel leeftijdsgenoten vertrokken. Zij hadden wel door dat de wilde jaren voorbij waren en dat het tijd werd voor wat serieuzere zaken in het leven. Een gezin stichten bijvoorbeeld. Of eens aan een maatschappelijke carrière gaan werken. Ik was waarschijnlijk de enige die dat niet in de gaten had en door bleef voetballen. De opvolging was in mijn ogen onder de maat en dat stak ik niet onder stoelen of banken en na elke nederlaag mopperde ik harder en harder. Daarbij voor het gemak vergetend dat ik zelf allerminst als Beckenbauer speelde. Als ik terugkijk op die fase in mijn carrière is dat niet met veel vrolijkheid. Ik moet een brok chagrijn zijn geweest. Wat Niels mij onbewust duidelijk maakte was dat het ook voor mij tijd werd om te gaan. We hebben geloof ik een jaar samen gespeeld. Toen gaf ik gehoor aan de lokroep van W.V.V. 5..
We konden best goed met elkaar overweg, maar als ik in een wedstrijd weer eens luidkeels mijn ongenoegen liet blijken, schold hij terug: ‘Hol die toch eens een keer de bek jong, dikke domme hond.’ Als ik aan Niels denk en ik moet eerlijk zeggen dat hij regelmatig in mijn gedachten voorbij komt, hoor ik het hem onmiddellijk weer roepen.
Hij was niet bang en lokte soms een reactie uit, door mij op het trainingsveld opeens pootje te haken, zodat ik op mijn gezicht viel. Daar zag ik de lol niet van in en hij wel en dat bleek weer aanleiding voor het nodige gescheld over en weer.
Niels was iemand op wie je nooit echt kwaad kon worden. Hij was een van de zeldzame mensen waarin geen spier kwaad schuilde. Zijn grapjes waren nooit achterbaks, altijd open en direct. Voor een club als Musselkanaal waren zijn kwaliteiten misschien niet voldoende, S.E.T.A. had aan hem een nuttige middenvelder, iemand die op meerdere posities inzetbaar was, zoals dat zo mooi heet. Zijn pech was dat er in die tijd weinig eer te behalen viel en dat hij, net bij de club, direct in het diepe werd gegooid en als een van de dragende spelers moest functioneren.
Het ontroerende aan Niels was dat hij het altijd goed bedoelde, altijd goed wilde doen. De jongen was leergierig en hoewel niet alles meteen doordrong, bleek hij bereid te luisteren. Niet naar mij natuurlijk en dat hoefde ook niet, maar ik zie hem nog met vragende ogen naar de trainer kijken, die hem vertelde dat hij zijn krachten meer moest doseren. Meer met het verstand dan met het hart moest spelen. Hij had techniek, loopvermogen, ging geen duel uit de weg en was nooit te beroerd werk voor een ander op te knappen.
Het enige wat ontbrak was het vermogen om zich niets aan te trekken van het gemopper van een oudere medespeler die er zelf niks van bakte en om op de goede momenten de rust te bewaren. Al zal dat te maken hebben gehad met de onbesuisde gretigheid die bij zijn leeftijd hoorde. Na het beginsignaal gaf Niels vol gas en bleef gas geven, tot halverwege de tweede helft de accu leeg was.
Dat hij zich helemaal leeg liep moest trouwens ook, want het was bij S.E.T.A. negentig minuten alle hens aan dek en dan nog verloren we veel, zo niet alles. Dat mijn generatie gevolgd werd door een mindere kwam omdat die er niet klaar voor was. Vanwege een gebrek aan mankracht werd in een keer de A1 overgeheveld, er zaten zelfs B-junioren bij. Die junioren konden best voetballen, maar hadden tijd nodig om te groeien. In de lagere klassen van de K.N.V.B. had je echter niet genoeg aan alleen techniek of spelinzicht. Meestal was het vrouwen en kinderen eerst, volgens de principes van het in de Veenkoloniën nog steeds erg populaire GPJ-voetbal (Gier, Peun en Jengel). Er was geen houden aan.
Niels moet zich dat gerealiseerd hebben, want op zeker moment is hij terug naar zijn oude club gegaan. Dat ik hoorde ik veel later, toen ik op de sportredactie van het Groninger Dagblad werkzaam was. Een deel van de werkzaamheden bestond uit het bellen van de clubs uit jouw klasse en toeval of niet, daar hoorde die zondag Musselkanaal bij. Die dag werd in Musselkanaal echter niet gevoetbald. Door geen enkel elftal. Niels had moeten voetballen met het tweede, was te laat bij zijn vriendin weg gegaan, zo werd het mij verteld en hij had zich gehaast om toch nog op tijd te komen. De weg waar hij langs moest was er een met veel bochten en veel bomen.
Herman Sandman
Reacties (6)
Herman, ik heb weer tranen in mijn ogen. Alweer zo lang geleden maar het is net of het nog maar pas gebeurd is. Opnieuw beleef ik die zondagmorgen. Tijdens het voetballen hoorden we sirene's. Na een heroisch duel met het derde tegen Buinen 2, die we uiteindelijk met 4-3 wonnen, kregen we na afloop te horen wat Niels die ochtend was overkomen, godv.... het leven is soms niet eerlijk.
Herman,
Weer zo'n mooie column dat jij daar nog aan terug denkt ,want het is precies zo als jij dat scherst het was een fijne knul om mee om tegaan, maar hij deinsde niet terug om iemand ongezouten de waarheid te vertellen.
Ik dank je voor deze herinnering aan Niels.
Groetjes Joppie
Prachtige column Herman, ik was 1 van de B junioren die regelmatig met het eerste elftal mee mocht doen. Ik stond meestal voor of achter Niels en hij was continu aan het coachen, veelal positief maar ook als het bij mij wat minder was, zei hij waar het opstond. Dat waren dan niet altijd de mooiste woorden maar je wist dan wel weer de aandacht erbij te krijgen.
Mooie column Herman. Heel herkenbaar. Ik was zelf ook een jong broekie die jou niet altijd begreep, maar wel respect voor je had. Nu zit ik zelf in die fase, waarin jij toen zat: het beste is er bij mij ook af en drukke bezigheden doen mij nadenken over doorgaan of stoppen. Mooi hoe je Niels beschrijft. Ik dacht dat ik de enige was, buiten zijn familie om, die nog vaak aan hem dacht, dit blijkt dus niet zo te zijn. Dat doet mij goed.
Nogmaals mooie column/mooie herinnering!
Groeten Jan Mulder
Dag Jan,
Bij deze dus met terugwerkende kracht sorry voor mijn norsig gedrag. Aan iedereen trouwens. Ik hoop niet dat iemand er een trauma aan overgehouden heeft.
Groet, Herman
Hoi,
Ik kreeg via de mail, van mijn vader,dit berichtje over Niels!!
Tjonge,das al weer heel wat jaartjes geleden,dat Niels is overleden!
Ik ben een nicht van hem,zijn vader en mijn moeder zijn broer en zus.
Ik was wel onder indruk van dit verhaal,maar wat er was gezegd en geschreven over Niels,ja zo was hij ook!
Hij was altijd recht door zee,en een hele lieve jongen,en voetbal,tja dat was wat!!
Zo denk je nog eens aan hem,mijn jongste dochter voetbalt ook,erg leuk en die is ook erg fanatiek,was Niels ook!!
Bedankt voor dit mooie verhaal,Herman..
Een groet van Desiree uut Twaaide mond