De beenbreuk
Ze konden het net niet maken om te beweren dat het mijn eigen schuld was, maar de algemene conclusie van trainer, bestuur en begeleiders, waaronder mijn eigen vader, was toch wel ‘dat Herman zelf een beetje wild in kwam’. Dat deed de keeper van de tegenstander ook en na de botsing waren mijn scheen- en kuitbeen finaal doormidden. Toen ik opsprong en verschrikt naar beneden keek zag ik het onderste stuk van mijn rechterbeen heel raar zwabberen. Dat hoorde niet zo. Op de een of andere manier had ik de tegenwoordigheid van geest meteen te gaan zitten en mijn benen op de grond te vleien. De rillingen lopen me nog over de rug als ik denk wat had kunnen gebeuren als ik er op was gaan staan.
Toen ik eenmaal zat kon ik niks anders dan de dingen over mij heen laten komen en wachten op de ambulance. En teamgenoten uitleggen wat er aan de hand was.
‘Been gebroken. Alles finaal doormidden.’
‘Oh. Blijf rustig zitten.’
‘Ik was ook niet van plan me te bewegen.’
‘Wat is er?’, vroegen de trainer en mijn vader.
‘Been gebroken. Alles finaal doormidden.’
In no time stond er een kring mensen om mij heen, inclusief mijn moeder. Die was toevallig een keer weer komen kijken. Waarschijnlijk was ik in een soort shock, want ik voelde me opvallend rustig. Ik maakte zelfs grapjes. Toen kwam de verzorger van de tegenpartij aangerend en legde zijn handen als klemmen op mijn been.
‘Wilt u uw handen daar weg doen? Dat doet zeer.’
‘Rustig blijven, niet bewegen.’
‘Je moet me niet aanraken. Die handen weg.’
‘GEEN PANIEK!!! RUSTIG BLIJVEN!!!’
‘IK BEN NIET IN PANIEK. IK BEN RUSTIG!!! IK WIL NIET DAT JE MIJN BEEN VASTHOUDT!!!’
‘NIET BEWEGEN JONGEN!!!’
‘IK BEWÉÉG NIET. IK BEN SUPERKA-HALM!!! WEG DIE HANDEN!!!
Van mijn moeder hoorde ik later dat de verzorger sneu afdroop. Hij had alleen willen helpen. Dat snapte ik best, alleen was ík het die een probleem had, niet hij. Het duurde een kwartier voordat de ambulance er was. Daar werd weer wat later door de vereniging schande over gesproken, maar het leek me niet dat je heel veel sneller van het Refaja Ziekenhuis naar Sportpark Ceresdorp kon rijden, ook al hadden ze sirenes en een blown V8 onder de motorkap.
‘Wat is het probleem?’, vroeg ook de verpleger.
‘Alles gebroken.’
‘Oké, dan zullen we voorzichtig doen.’
‘Dank je.’
In het ziekenhuis zei de dienstdoende specialist dat mijn analyse juist bleek. Zowel het scheen- als het onderbeen waren tien centimeter boven de enkel afgeknapt. Bij het zien van de röntgenfoto moest ik denken aan de Panorama. Daar zag je wel eens van zulke beelden, als ze wilden laten zien dat iemand een handgranaat had ingeslikt. Het gekke was nu dat ik naar iets van mijzelf zat te kijken. De specialist keek er minder van op. Aan het begin van het voetbalseizoen, als voetballers te weinig hadden getraind of wedstrijdritme ontbeerden, of een combinatie van beide zoals in mijn geval, waren dit soort ongelukken schering en inslag.
Ik had verwacht dat ik van mijn lies tot aan mijn tenen in het gips zou worden gezet, maar toen ik de volgende dag bijkwam zat er alleen een litteken op mijn knie. De chirurg had, zo legde hij uit, het mes er in gezet, de knieschijf terzijde geschoven en een ijzeren staaf door mijn scheenbeen geramd, dwars door het mergkanaal. Dat deed ie met een hamer die je bij de Praxis kon kopen. Het losse stuk onderbeen was met twee schroeven aan die stang vastgezet. Toen zag ik pas de wondjes aan weerszijden, net boven de enkel.
Daarna begonnen de visites. Mijn vader, mijn moeder, mijn zusje, mijn teamgenoten en andere figuren van de club, mijn trainer, het bestuur, collega’s, mijn buurmeisje, Henk Honken en de keeper met wie ik in botsing was gekomen. Dat was aardig, al wisten we niet zo goed wat te zeggen. Het was een ongeluk, shit happens, zoiets. Op mijn verjaardag kreeg ik een fles whisky, de Playboy en een wok.
Eerlijk gezegd vond ik het best aangenaam in het ziekenhuis. Mijn leed was te overzien, je lag de hele dag in je nest, kreeg eten en drinken, op zaterdag haalden de verpleegsters patat en ik kon lezen zoveel ik wilde. Het enige probleem was dat ik door de narcose niet kon plassen. Dus moesten ze het halen en ‘ze’ bleek een knappe verpleegster, ik weet haar naam nog steeds. Klazien deed de gordijnen dicht, pakte een slangetje, smeerde dat in met vaseline en schoof het naar binnen. Ondertussen zag ik, terwijl ze licht voorovergebogen stond, een stukje van haar kanten bh en druppeltjes zweet in haar hals. Daar had ik overigens geen gedachten bij. Met een slangetje in je urinekanaal heb je andere dingen aan je hoofd, al wilde ik best verkering met Klazien hebben.
De beenbreuk leek het einde van mijn carrière. Al op de dag dat het gebeurde had ik me daar bij neergelegd. Ik liep tegen de dertig en ik ging op zaterdag iets anders doen. In de kroeg zitten of zo. Dat zei ik ook tegen mijn ouders, die een paar uur na mijn opname aan het bed stonden: ‘Het is over.’
‘Tuurlijk niet’, zei mijn vader, ‘over zes weken sta jij weer op het veld.’
Herman Sandman
Reacties (17)
Goedendag Herman,
Ja deze ongelukkige botsing met de keeper kan ik me nog goed herinneren. Het was een duel om de bal waarbij jullie beide voor gingen.
Echter kwam jij er minder gelukkig vanaf.
Groet,
Mario Kiers
Dag Mario,
Wat grappig dat jij je dat herinnert. Ben jij de zoon van Harm?
Groet, Herman
Hoi Herman,
Ja ik ben inderdaad de zoon van Harm.
En ik lees elke week je colum. En als je dan refereert aan de periode seta, dan komen de herinneringen nog wel weer boven.
Groet,
Mario
Dag Mario,
Nou, doe de groeten dan maar aan je ouders.
Groet, Herman
Hoi Herman,
Dat zal ik zeker doen. Jij nog veel succes met je colums
Groet,
Mario
Sport verbroederd, dezelfde blessure " mogen" ondergaan zekers ook !!
Zeer herkenbaar Herman, het gevoel dat je net als op de televisie naar iets van jezelf aan het kijken bent en dit eigenlijk niet realiseerd.
Leuk dat je je mijn bezoek nog voor de geest kunt halen. Achteraf was het ziekenhuis inderdaad een hotel, éénmaal thuis werd je niet meer naar het toilet gebracht en gewassen. Weer grotendeels op jezelf aangewezen...
En ja, deze breuk heeft ons het WK van 1998 gekost... "-)
Ga zo door !!!
Dag Henk,
Ik vind ook dat we na die beenbreuk echte vrienden zijn geworden. Er is iets tussen ons dat nooit meer weggaat. Jij en ik weten waar we over praten. We zijn door een diep dal gegaan, al was het bij jou nog een graadje erger geloof ik want bij jou staken de botten er wel uit toch?.
Het is heel gek: ik wil zoiets niet nog een keer meemaken, maar die beenbreuk was een bijzondere ervaring.
Het is bijna net als met dienst. Ik wou het niet, maar achteraf ben ik blij dat ik het meegemaakt hebt. Zoiets.
Groet, Herman
Volgens de overlevering staken de botten er bij mij uit maar drukte ik ze weer terug en wilde zelfs verder voetballen....
Nee hoor, viel mee, been stond alleen wel errug scheef.
Maar gelukkig hebben we beide daarna weer het gras mogen ruiken !!
Groet terug !
Henk
Herman,
Als ik deze column zo lees krijg ik het gevoel dat ik de keeper was die bij dit voor jou klote-incident betrokken was...1e competitiewedstrijd...tegen DZOH....
Ik zal het moment ook nooit weer vergeten...
Peter
Dag Peter,
Ja, jij was dat. Ik wist je voornaam nog wel, je achternaam niet meer. Het was inderdaad de eerste competitiewedstrijd. Dat wist ik eveneens niet meer. Het is ook alweer lang geleden. Maar zoals gezegd: shit happens. Een ongeluk. Het was in ieder geval een bijzondere ervaring.
@Henk
Ik heb het gras wel weer geroken, maar ik heb daarna nooit meer mijn ongelooflijk hoog niveau van daarvoor gehaald. Al lag dat ook aan de teams. Ik had niks om mij heen, haha.
Groet, Herman
Moi,
Nou sorry hoor maar bij het lezen van de berichten dat het ongelukkig was nou ho maar.
Het was gewoon een domme loopactie waar je van te voren al kon zien dat je de bal nooit kon halen. En zo liep je op alle ballen die van achteren naar voren werden gepield.
Groeten,
Gert
He dag Gert,
Alles wel. Was het niet na een uittrap van jou, die weer veel te hard was, zodat ik er niet meer bij kon?
Groet, Herman
Ha Herman,
Nou nee want ik legde ze bij jullie op de stropdas het zal wel een trap van Klaas (vuurpijl) Huiting zijn geweest.
Maar verder alles goed?
Groeten,
Gert
Dag Gert,
Ja die Klaas kon er ook niks van. Met mij alles goed. Hard werken voor weinig geld, maar ja, wie niet tegenwoordig? Voetbal jij nog, of zit je zaterdags in het café.
Groet, Herm
Dag Herman,
Nee voetbal niet meer, maar nog wel kijken zaterdags bij thuiswedstrijden dan.Na de wedstrijd een beetje frisdrank en weer naar huis. Voetbal jij nog dan? Ik denk het wel iemand met zoveel talent die kan wel tot zijn 80ste voetballen.
Groeten,
Gert
Nee, ik ben al een paar jaar gestopt. Ik heb een ingescheurde kruisband en aangezien ik er niet dagelijks doorheen ga, opereren ze niet. Dus ik leer er mee leven. Als ik dertig was geweest was het ook een ander verhaal, maar er zijn anderen die een ziekenhuisbed beter kunnen gebruiken.
Ik stort me nu op de tuin en zo.
Moi Herman
ik vind dit super om telezen met jullie twee jij en gert, hoe jullie erop ingaan, vind het wel humor, en vooral met Gert,dat ie zecht ik leg ze wel op je stropdas,jullie kemphanen gaan mekaar mooit telijf op een humaristiche manier, en dan trekken julie klaas er ook nog door,vind het wel wat heben, en het moet kunnen, want zonder humor kan je niet leven
Stef Bakker