On Death Row
De meeste ploegen zullen er geen last van hebben, die kunnen niet meer voor of achteruit, maar de voetballers van wie het elftal in degradatiegevaar is, kans maakt op een periodetitel of nog volop meedoet om het kampioenschap gaan er in de slotfase van de competitie gebukt onder: spanning. Geen gezonde wedstrijdspanning, maar een alles verterend gevoel van beklemming die de benen verlamt, de maag in de knoop legt, de sluitspier als een naar adem happende vis open en dicht laat gaan en de keel laat aanvoelen alsof je zonder een slok water een pak beschuiten naar binnen hebt gewerkt. Dan heb ik het nog maar niet over de dichte mist in je hoofd die elke poging tot nuchter analyseren onmogelijk maakt.
Mannen denken normaal gesproken 24 uur per dag aan seks, tenminste ik wel, maar in de beslissende fase van de competitie, als zal blijken of een heel seizoen in weer en wind trainen zin heeft gehad, worden de gedachten louter beheerst door de vraag: rijden we straks op de boerenkar door het dorp? Je kunt een prachtig jaar achter de rug hebben, met oogstrelend spel en spectaculaire goals, je gaat als een nul de geschiedenis in als je die laatste wedstrijd verliest. Met die wetenschap wordt het geloof in eigen kunnen vervangen door een met de minuut toenemende angst om te falen en je kunt er niets tegen doen.
Niets.
Nou…, een mogelijkheid is om toch weer proberen aan seks te denken, maar Frank Ribéry demonstreerde woensdagavond dat je daar ook niet echt rustiger van wordt. Ik ontspan slecht (het excuus van alle alcoholisten) en een borrel wil wel eens helpen. De oplossing is om het op een vrijdagavond op een zuipen zetten. Maar A: deed je dat elke week al en B: heeft dat als nadeel dat op zaterdag om de haverklap het broodje shoarma met extra knoflooksaus omhoog komt, niet handig als je achter een doorgebroken aanvaller aan moet.
Ik heb volwassen mannen zien veranderen in neurotische wrakken, die op de dag van de beslissingswedstrijd uit hun auto moesten worden getrokken en naar de kleedkamer gesleept, terwijl supporters ‘je kan het’ in hun oren tetterden. Let eens op een warming-up voor zo’n duel. Alle ballen op doel gaan hoog over of ver naast. Er is nauwelijks iemand aan het warmlopen, omdat iedereen in de bosjes loopt te zoeken.
Een medespeler bekende eens voor zo’n duel dat hij zo gespannen was dat hij met zijn aars een flesje bier kon openmaken en ik herinner me, ik zat nog in de C’s, een cruciaal duel tussen S.E.T.A. en Nieuw-Balinge. Op neutraal terrein ook nog. De verliezer zou uit de vierde klasse degraderen. Het eerste had destijds een uitstekende keeper, maar die was zo zenuwachtig dat hij de week van te voren vrij had genomen. Met als gevolg dat hij helemaal aan niets anders meer kon denken. Ik zie hem nog met zijn tas aan komen lopen, alsof hij een week lang geen oog had dichtgedaan. Ze gingen met 2-1 het schip in.
Voetballen is een hobby en voetballen moet leuk zijn, maar voor het thuisduel tegen Noordscheschut, met als inzet de titel in de vierde klasse, stapte ik geen kantine binnen, maar de aula van een uitvaartcentrum. Niemand durfde iets te zeggen. Elke opmerking was volstrekt zinloos, iedere prognose of kansenberekening een schot in de lucht, gevoed door de vaders van de gedachte. Het enige wat je kon doen was wachten en er is niks ergens dan wachten. Ook wij, de spelers, zaten zwijgend tegenover elkaar, totdat iemand om half twee met een loden stem zei: kom, we gaan ons omkleden. De sfeer On Death Row in de Arizona State Prison is zelfs op de dag dat de post binnenkomt met de antwoorden op de gratieverzoeken, ontspannender.
Wij zijn gewone jongens, met doorsnee banen, doorsnee vrouwen en doorsnee levens, waarin spannende momenten een zeldzaamheid zijn. Als je verkering hebt met Carmen Electra en je geen café kunt binnenstappen voor een kop koffie zonder dat ze binnen een uur op de bar staat te strippen, waarna iedereen met haar naar bed wil onder wie een breed grijnzende Tommy Lee, zodat je alle zeilen moet bijzetten om Carmen op tijd mee naar huis te krijgen omdat morgen vroeg de wekker weer gaat en het leven aldus een voortdurende tombola is, ja, dan draai je je hand niet om voor zo’n wedstrijdje, ik bedoel: waar héb je het over? Noordscheschut?
Maar zo werkt het natuurlijk niet.
De gemiddelde voetballer speelt, als hij geluk heeft, een keer of drie, vier keer in een team dat meedoet om het kampioenschap. Je weet niet wanneer er een volgende keer komt, zeker niet het seizoen erna, dus de titel móet binnengehaald worden. Ik heb in dertig jaar tijd vier kampioenschappen behaald, waarvan een in de jeugd en een bij W.V.V. 5. Dat is niet heel veel. Veel vaker heb ik moeten toezien dat de tegenstander juichend van het veld liep, de trainer jonaste, de rug van de leider met ontbijtkoek insmeerde en de vrouw van de voorzitter gangbangde, onderwijl het ene na het andere kratje bier de kleedkamer werd ingedragen, terwijl wij erbij zaten als Julius en Ethel Rosenberg, met het antwoord op ons gratieverzoek.
Succes mannen de komende weken!
Herman Sandman
Reacties (1)
Fijne column, complimenten. Kijk voor andere columns op www.joostbakkerr.wordpress.com