Op een zomeravond
Mijn grootste handicap was dat zodra ik een kans kreeg en ik dacht ‘die gaat erin’, ik die kans om zeep hielp. Of ik nu op twee meter voor een leeg doel stond, vrij mocht aanleggen vanaf rand strafschopgebied; zodra ik in de positie was dat ik moest scoren en me dat in een split second besefte, ging het mis. Andersom net zo. Dook ik met een ‘op hoop van zegen’ in een kluts, dan was het per ongeluk raak. Soms keek ik tijdens een aanval over het tweede veld naar het achterland, dromend van vreemde landen en verre zeeën en dan bewoog ik per ongeluk mijn been en stond het opeens 1-0, zoiets.
Dat was een merkwaardig probleem. Een voorhoedespeler moet in zijn hele hebben en houden gericht zijn op het maken van goals en overtuigd zijn van zichzelf. Zodra ik dat deed schoot ik over of naast. In al die jaren ben ik nooit van dit syndroom verlost geraakt en toen ik op een mooie zomeravond op het sportpark van W.V.V. alleen op een leeg doel af ging, verwachtte ik er ook niet al te veel van.
Ik mocht en kon deze keer niet missen. Terwijl ik dat dacht flitste door mij heen dat ik dat niet moest denken omdat ik anders zou missen, ook al was het een niet te missen kans. Het veiligste was om door te lopen tot ik de doellijn gepasseerd was, ware het niet dat er nog twee of drie seconden op het scorebord stonden en we nog één doelpunt nodig hadden om het toernooi te winnen. Ik moest dus schieten. Het werd een goal, maar vraag niet hoe. Net voor ik uithaalde wipte de bal door een oneffenheid in het gras op en caramboleerde via mijn scheenbeen in het doel. Het enige excuus dat ik had kunnen aanwenden was dat het een handbaldoel betrof, veel kleiner dan wat ik gewend was.
We speelden op een half veld, zes tegen zes, al weet ik niet meer waarom. Het was een toernooi dat uit het niets was komen vallen. Geen idee wie het organiseerde, dat wist ik toen al niet en ik heb er later ook nooit meer aan meegedaan, maar op die mooie zwoele woensdagavond liep ik op het sportcomplex aan de Mr. D.U. Stikkerlaan in Winschoten. Een uitvloeisel van het idee van Rinus Michels, toen hij lang geleden ineens vond dat 4 keer 4 het helemaal was? Zou kunnen. Ik woonde in Winschoten, dus het moet begin jaren negentig zijn geweest, maar verder? Waarschijnlijk was het een soort bedrijfsvoetbaltoernooi. Er deed een collega-drukker mee, ik zal hem B. noemen, die niet bij W.V.V. voetbalde. Aan de andere kant: een broer van een collega zat in ons team en hij stond weer niet op de loonlijst van Wegener Nieuwsdruk Winschoten.
Waarom ik ja heb gezegd weet ik evenmin. Ik was geen fan van bedrijfsvoetbal. Het zal ooit met de beste bedoelingen bedacht zijn – om arbeiders in beweging te krijgen? – maar ik liep er verloren rond. Om enigszins te kunnen functioneren moest ik bekende gezichten om mij heen hebben, die wisten wat ik kon en wat ik niet kon. Die vertrouwdheid ontbrak. In het bedrijfsvoetbal was het ieder voor zich en God voor ons allen. Omdat vaste patronen ontbraken deed iedereen maar wat. Zodra de scheidsrechter floot was het alsof je kokend water in een mierennest gooide.
Zo’n competitie hing ook van leugens en bedrog aan elkaar. Je zag alle bekende voetballers uit de regio. Ook die waarvan je wist dat ze studeerden of werkloos waren. Die kenden dan een oom van een neef van een achteroma van de magazijnmeester en dan deed de spits van Appingedam ineens met de Brandweer van Oude Pekela mee. Je wist dat er geen reet van klopte, maar reglementair was er geen speld tussen te krijgen. Bij ons bedrijf gold dat trouwens minder. Als je kon voetballen kon je bij de krant werken. Het kostte nooit veel moeite een goed team op de been te krijgen.
Ik herinner me een toernooi in Blijham. Bij de ingang stond een Pontiac Firebird, met daarop ‘Club Casagrande’. Dan weet je het wel. Ik herinner me een multicultureel evenement in Hoogezand, dat was helemaal een organisatorische chaos. Ik heb de hele dag met een vriend op een bank in de kleedkamer liggen kletsen, omdat de pauzes tussen wedstrijden oneindig lang duurden. We hadden het over meisjes, het leven en de dood en probeerden Het vermoeden van Poincaré op te lossen. Al die tijd heb ik gedacht: ik wil naar huis. Het evenement lag zelfs twee uur stil. Een deelnemende ploeg was in de poulefase uitgeschakeld, maar dat bleek de favoriet van de organisatie. Wat volgde was een schimmig gegoochel met posities en lotingen tot ze weer in de running waren. Er was wel lekker Indisch eten en exotische muziek.
Dat bleek bij het 6 tegen 6 toernooi eveneens goed geregeld. De eerste prijs bestond uit een grote saladeschotel, zonder twijfel de meest bizarre prijs die ik ooit heb gewonnen. Het bedrijfsvoetbal in Winschoten verheugde zich doorgaans over deelname van alle cafés aan het Marktplein en ook deze keer werd het meer dan gezellig. Toen het bier in de kantine op was gingen we naar ’t Pleintje en wat ik daarvan nog weet is dat B. op de bar stond te dansen, net op het moment dat zijn vriendin binnenkwam en huilend vroeg waar hij toch bleef. Hij heeft buiten een half uur naar zijn fiets gezocht, terwijl die al die tijd voor hem stond.
Herman Sandman
Reacties (0)