Slowhand
Een van de aantrekkelijkste aspecten van basketball is de kekke benaming van de posities. Je bent center of point-guard. Bij baseball net zo: pitcher, catcher, short stop, left fielder, enzovoort. Het lijkt me leuk als je in zo’n grote kleedkamer zit en coach Yogi Berra zegt: Herman, second baseman. Ik denk ook dat het veel indruk maakt in de discotheek. Mits je natuurlijk bij een aansprekende club zit. Jahn II klinkt een stuk minder spectaculair dan New York Yankees. Je stapt op een meisje af en zegt: ‘Ik ben shooting-guard bij GasTerra Flames’.
‘Wauw, neuken?’
‘Da’s goed.’
De amateurvoetballer heeft een probleem. Dat je niet bij een profclub speelt betekent al dat je een loser bent, maar als linksback in het derde van vv Exloo kun je helemaal inpakken. Middenvelder, aanvaller, voorstopper, de kleurloosheid straalt van de benamingen af en er is niets aan te doen. Een term als ‘minor league’ heeft simpelweg meer allure dan ‘onderafdeling’. Beweren dat je Dreh- und Angelpunkt bij Veendam bent is zinloos. Dan denkt het meisje dat je een viswinkel in Plan Noord hebt.
Ik weet niet of het daarom is, maar in Midwolda en Oostwold hadden ze er een handje van om elkaar bijnamen te geven. Misschien kwam het door de namen van de verenigingen aldaar: M.O.V.V. en V.V.S.. Je kwam nooit aan de vrouw als je zei dat je daar speelde. Afkortingen zijn niet cool, een brevet van onvermogen. Je start een (voetbal)club en je hebt geen flauw idee hoe dat moet heten. In de stad gaat het nog, dan doe je Lycurgus, Celeritas, of The Knickerbockers, maar in de binnenlanden is het plaatsnaam of afkorting. Mijn goede vriend Frank den Hollander heeft (voor het boek: Inburgeringscursus Groningen) onderzoek gedaan naar afkortingen bij sportclubs. Je weet niet wat je leest.
VVK (Voetbalvereniging Korreweg), ZEC (Zandeweer Eppenhuizen Combinatie) en TEO (Ten Post en Omstreken) zijn de meest normale. Ook bij VAKO (Vriezer Activiteiten Kenmerken Ons), VIOS (Voetbal Is Onze Sport) en Thos (Ter Heil Onzer Spieren) is iets voor te stellen, maar in Roodeschool wordt het al ingewikkelder. Voor de combinatie van REO (Roodeschool en Omstreken) en Noorderboys kwam een creative mind met Corenos. Wij zijn zo zelfs goed in afkortingen bedenken dat het weer namen worden: Viboa (Voetbal Is Bij Ons Aangenaam), Amor (Alles Met Ons Racket), Nova (Natte Ontspanning Voor Allen) en Tonegido. Tot Ons Nut En Genoegen Is Deze Opgericht. Al hebben we het dan over toneel. Mijn eigen club net zo. S.E.T.A staat voor Sportclub Eerste Mond Tot Afdraai. Tegenstanders interpreteerden dat als Schopt En Trapt Alles en zelf dachten we meer aan Sportieve En Technische Atleten.
Dat was tegen beter weten in. Onder de rook van de watertoren leerden we er mee leven dat wij nooit een meisje zouden krijgen zo lang wij onze zaterdagen doorbrachten op Sportpark Ceresdorp. Ik geloof dat ik het in Frascati een keer heb geprobeerd. Toen ik zei dat ik rechtsbuiten was bij Seta keek de jongedame mij aan alsof ik iets was dat ze in keukens met bezems proberen dood te slaan.
Dat de voetballers in Midwolda en Oostwold elkaar bijnamen gaven vond ik derhalve niet vreemd, al vroeg ik me af waar dan de verbetering in zat. Een van mijn beste vrienden heette Papa. Op cruciale momenten speelde hij nooit af en als we daar wat van zeiden was het: ‘Als papa denkt dat ie schieten moet, dan schiet papa.’ Mijn goede vriend Meindert noemden ze Phil, naar Phil Collins. Meindert leek echter nog niet half op de zanger van Genesis. Integendeel, zou ik bijna willen zeggen. De enige overeenkomst was dat ze beiden kalend waren. Zijn broer André ging door het leven als Rataplan. Ik kende één Rataplan en dat was de hond van Lucky Luke. Ik ben er nooit achter gekomen wáárom hij die bijnaam kreeg. Het kan zijn dat ik er wel naar gevraagd heb, maar dat het antwoord meteen weer is vervlogen in de alcoholdamp en sigarettenrook waarin wij ons in die dagen bijna permanent begaven.
Nog vreemder was het geval van Wilfred. Hij wordt tot op de dag van vandaag Scottie genoemd, naar Scottie Pippen. Ter verduidelijking: Wilfred is een frisse Hollandse jongen met blond krullend haar en Scottie Pippen, ooit forward-guard bij de Chicago Bulls, heeft een grote neus en kaalgeschoren hoofd. De link ontging mij volledig, maar zelfs mijn buurmeisje ging hem zo noemen en op een maandag vroeg Phil: ‘Ben jij met de zus van Scottie op stap geweest?’
Als je maar lang genoeg in de pek zit word je vanzelf met pek en veren besmeurd en een bijnaam voor mij liet niet lang op zich wachten. Een gevolg van een middagje biljarten in Carambole (over originele namen gesproken) tijdens welke ik mijzelf ‘Fasthand Sandman’ noemde, vanwege het onnavolgbare spel, waarbij ik de ballen links en rechts over de vloer liet stuiteren. Die sukkels begrepen dat uiteraard niet en nog geen tien minuten was ‘fasthand’ veranderd in ‘slowhand’ (spreek uit: slowhénd, met Gronings accent). Wat ik ook probeerde, ik ben er nooit meer vanaf gekomen. Als een meisje in het café vroeg waarom ik zo werd genoemd, declameerde ik dan maar de twee regels uit ‘Slow Hand’ van de Pointer Sisters: ‘I want a man with a slow hand/I want a lover with an easy touch’.
‘Wauw, neuken?’
‘Da’s goed.’
Herman Sandman
Reacties (1)
Wederom een geniale column Herman.