Een verstandig besluit
In het elftal van mijn zoon zat een supertalent. Dat zag je binnen drie seconden. Het jongetje, R., was de kleinste van F2, maar stak voetballend met kop en schouders boven de rest uit. Hij passeerde net zo lang tegenstanders tot hij scoorde, zich vastliep of gestopt werd met een overtreding. Jammer voor hem bleken zijn ploeggenoten minder begaafd. Ondanks zijn inzet ging zowat elk duel met dubbele cijfers verloren en het huilen stond hem dan nader dan het lachen. Op de vraag waarom hij niet in F1 zat, antwoordde zijn moeder dat R. dan met en tegen een jaar, soms twee jaar, oudere jongens moest voetballen en zodra die in de gaten kregen hoe goed hij was begonnen ze met schoppen en duwen. Ze waren qua geestelijke ontwikkeling ook een stuk verder. Beter was het te wachten. Goh, dacht ik, wat een verstandig besluit. Inderdaad, doe rustig aan. Laat het kind eerst lekker kind zijn. Een talent vindt zijn weg vanzelf.
Die beslissing stond haaks op wat gebruikelijk is in de voetballerij, indachtig de adagia ‘Wat goed is komt snel’ en ‘When he is good enough, he is old enough’. Ik heb ook heel lang gedacht dat dit de juiste mentaliteit was. Het ging immers om de voetbalkwaliteiten. Je werd vanzelf volwassen in die mannenwereld. Je leerde omgaan met verlies en bij succes zorgden de ouderen in de groep dat talent met beide benen op de grond bleef.
Zo ben ik in ieder geval opgevoed. Er was een periode bij S.E.T.A. dat ik wekelijks belangrijke doelpunten maakte. Goed, dat duurde niet heel lang, maar twee wedstrijden met 1-0 gewonnen, twee keer door een doelpunt van mij en een week later in de laatste minuut de 1-1 binnentikken, zoiets. Mijn zelfvertrouwen groeide met de week en ik begon daar een beetje over te blaten. Het was in de periode dat ik in dienst zat. Toen ik er de week erop niet bij kon zijn vanwege een oefening vroeg ik snakkerig of ze wel zonder mij konden.
‘Dus?’, vroeg onze voorstopper vinnig, ‘jij denkt dat je meer bent dan ons?’
Ik bond meteen in om te voorkomen dat hij de volgende training op nierhoogte inkwam. Zo ging dat. Je moest geen babbeltjes hebben of je kwam bij in de bosjes, met knallende hoofdpijn en je onderbeen in een vreemde hoek. De voetballerij was een zelfregulerende sector, waarin je talenten op zeer jonge leeftijd kon laten instromen omdat er voldoende sociale controle was. Søren Lerby en Frank Arnesen kwamen op jeugdige leeftijd naar Amsterdam, werden in no time cultuurdragers bij Ajax, maar je kon ze gewoon om een handtekening vragen. Het kwam niet bij ze op om te zeggen dat we met onze vieze handjes van hun auto moesten afblijven. Norman Whiteside was met zijn zeventien jaar de jongste deelnemer ooit op een WK, maar ik herinner me geen wilde verhalen. Daar zorgden zijn teamgenoten in het Noord-Ierse elftal, waarvan Pat Jennings met zijn 41 de oudste was, wel voor.
Wanneer ik Nicolas Anelka zie met die rare capuchon, het kinderlijke gedrag buiten het veld van Wesley Sneijder en de documentaire ‘Twee Weken Tussen Hemel en Aarde’, over de laatste weken van de voorbije competitie van Ajax, dan heb ik het bange vermoeden dat ergens iets is misgegaan. Er is een mevrouw die elke dag vanuit Badhoevedorp naar het trainingsveld van Ajax fietst om voor de voetballers het hek open te doen, dat is vijftien kilometer heen en vijftien kilometer terug, weer of geen weer. Los van het feit dat er logistiek iets niet in je organisatie klopt, er is geen speler die haar groet.
Het zijn voorbeelden van een op hol geslagen wereld, waarin voetballers steeds meer buiten de maatschappij komen te staan. Niet alleen door hun eigen houding, ook door het gebrek aan corrigerend vermogen vanuit de voetballerij zelf en dat wat er omheen hangt (waaronder de media, ja). Argentinië had een bondscoach die alle fatsoensnormen aan zijn laars lapte, niemand die er iets van zei. Patrick Kluivert was ooit betrokken bij een verkeersongeval met dodelijke afloop. Uit een tv-portret bleek dat de familie van het slachtoffer dolgraag contact wilde. Kluivert liet niets van zich horen en niemand van zijn naasten zei: ‘En nu ga je als de sodemieter die mensen bellen.’ Kluivert wil nu trainer worden. Wat gaat hij jonge mensen meegeven?
Ik trek geen heel ingewikkelde conclusie als ik zeg dat geld de oorzaak is. Jonge mannen van in de twintig met jaarsalarissen van minimaal drie ton, die laten zich nergens meer op aanspreken. Ik weet niet of mijn zoons talent hebben, maar je moet je serieus afvragen of je er gelukkig van wordt als je zoon profvoetballer is. Wij vinden dat in de regel geen leuke mensen. Je kunt ze zelfs niet meer vertellen dat het maatschappelijk op geen enkele manier te verantwoorden is dat je (in tijden van een economische recessie) vijftigduizend euro per week verdient.
Van de bovenkant van de voetballerij hoeven we niks te verwachten, als de FIFA 1,7 miljard euro winst pakt uit een evenement in een land waarvan vijftig procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft en een kwart werkeloos is en rond moet komen van 1,5 dollar per dag. Ik heb mijn hoop gevestigd op een paar verstandige ouders in een klein dorpje in Oost-Groningen. Met R. gaat het goed komen.
Herman Sandman
Reacties (5)
Volledig mee eens. Wereldcolumn Herman.
Herman, goed verhaal. Hier scoor je op latere leeftijd toch nog eens de 1 - 0.
Een hele goede column precies de juiste stelling van de huidige generatie voetballers .
Was het maar weer als vroeger he Herman .Ha Ha Ha Ha !
Weer de spijker op z'n kop, maar volgens mij gaf Johan D. die "gekke"bondcoach van Argentinie er wel
van langs. Maar jij bedoelt waarschijnlijk de bobo's ter plekke.
Inderdaad, Derksen was zo'n beetje de enige die het niet normaal vond. Maar ook Genee en consorten vonden het allemaal maar kunnen. En uiteraard was er niemand in Maradonna's omgeving die hem vroeg om in ieder geval de meest elementaire omgangsvormen in acht te nemen.