Arie Meijer: Niets gedaan

Geplaatst:
Stopper - voetbal & doel

Ik ben trainer van een amateurclub uit het Westerkwartier. Mijn spelersmateriaal is geen wereldtop, maar de clubs in onze klasse zijn – afgezien van de vier of vijf die er echt bovenuit steken – redelijk aan elkaar gewaagd. De laatste wedstrijddag komt eraan. Het seizoen is wat wisselvallig verlopen. Een paar mooie overwinningen, soms een flinke oorwassing en ook heel wat gelijke spelen. Van de gedoodverfde kampioen hebben we thuis zelfs ruim gewonnen!

Wij behoren niet tot de hoogvliegers. Voor ons geen kampioenskansen. En degraderen zullen we ook niet. Althans, niet direct, we staan tiende, ofwel vijfde van onder. Wel is er de kans dat we nacompetitie spelen. De concurrentie staat op 2 respectievelijk 3 punten. Het doelsaldo is in ons voordeel. Alle drie hebben we vandaag een tegenstander voor wie er niets meer op het spel staat. Wij spelen thuis. Aan een gelijkspel hebben we waarschijnlijk genoeg.

Ik denk na over mijn opstelling. Ik zet mijn beste man op de bank. Ik weet ook dat de tegenpartij een prima spits heeft. Desondanks kies ik op de vleugels voor een zonedekking (directe tegenstanders een metertje of twintig ruimte geven), zodat de aanvoer naar die spits gegarandeerd is. De eigen tactiek: bij balbezit zo snel mogelijk de diepte zoeken. We hebben namelijk een heel snelle jongen daar lopen die regelmatig scoort. Het tactisch plan werkt. Weliswaar maakt de tegenpartij goed gebruik van alle ruimte door een man vrij voor de keeper te brengen en ons op 0-1 te zetten, maar nog voor rust krijgen we een strafschop mee en staat het gewoon 1-1.

De tweede helft begin ik zonder wijzigingen. Maar we zijn nog niet goed wakker: vrijwel meteen valt de 1-2. Maar ik doe niets. Achterin laat ik het staan zoals het stond, dat wil zeggen: met voldoende ruimte voor de tegenstander om ballen aan te nemen, combinaties aan te gaan, voorzetten te geven en kansen te creëren. Zelf blijven we die bal naar voren poeieren: we hebben immers een punt dus een doelpunt nodig. Ondertussen zie ik hoe de spits van de tegenpartij een stuk of drie opgelegde kansen om zeep helpt. Ik zie ook hoe mijn eigen keeper meermalen op de juiste plek staat en knappe reddingen verricht.

Dan, opeens, is daar de 2-2. Hoe lang nog? Ik geloof een minuut of twintig. Volgens de informatie van de andere velden blijven we de concurrentie voor. De een moet met 6 goals verschil winnen, maar staat 1-0 achter, en de ander staat met 3-0 voor, maar komt dan nog een punt te kort.

Maar goed, ik doe dus niets. Ik zou kunnen ingrijpen. De jongens zeggen op safe te gaan spelen, achterin de boel dichttimmeren. Ik zou dat punt kunnen koesteren. Mijn verdedigers aansporen dichter op de man te gaan staan, afspeelmogelijkheden weg te nemen. De bal in de ploeg te houden, de vrije man dichterbij te zoeken, ook achterin, of terug op de keeper. Het spel te vertragen – de klok tikt wel door. En af en toe een bal naar voren te jensen, naar onze snelle eenzame spits. O nee, dat laatste doen we al. En ik doe niets.

Dus blijven we doorgaan met wat we al deden. Jammer dat steeds het merendeel van de lange ballen niet bij onze snelle spits terechtkomt, maar bij de tegenstander, die dan weer aan een tegenaanval kan bouwen. Ze werken er nog 2 in. We verliezen de wedstrijd. We spelen nacompetitie. Ik schaam mij niet. Mij treft geen blaam. Ik was onzichtbaar. Ik heb niets gedaan. Ik hou de eer niet aan mezelf.

Arie Meijer

Reageren