Ursula Sennema: Trainer Dick Scholtens

Geplaatst:

In principe is het tegen mijn principes om een zoon met de auto naar voetbaltraining te brengen. Echter. Sinds mijn jongste deel uitmaakt van het combi-elftal met Garmerwolde en zijn trainer Dick Scholtens heet, ben ik om. Maandag stond de jongen klaar bij het schuurtje, de fiets in de hand, het was goed weer, de andere jongens zouden ook fietsen. Ik zei: ‘Zet de fiets maar terug vent, je moeder brengt je wel even.’ Reden van mijn plotselinge rijdrift is dat ik kan koekeloeren bij het laatste deel van de training.

Er wordt afgesloten met partijtje, de hesjes zijn verdeeld. ‘Gaarmwol’, onder de rook van Groningen, tussen de weilanden, onder goedkeurend oog van de toren. De boerensloot langs het trainingsveld. Dat betekent vissen. Jongens tussen dertien en zestien; in principe niet de meest gemakkelijke leeftijd. Op z’n gemak geeft hij training. Uitstraling van een Groningse pater familias. Hij moedigt aan, noemt wat goed gaat, stimuleert. Hij maakt grapjes, precies de goeie. Een jongen die te lang doorpraat: ‘Wil jij soms trainer worden?’ Een moeder naast me noemt dat haar zoon ‘graag bij Dick wil blijven trainen’, twee Garmerwolders zeggen ‘heel blij te zijn dat Dick volgend seizoen blijft’.

Ik informeer bij hem naar GEO 1. Hij klinkt monter en trots. Naarmate het seizoen vordert wordt hij steeds monterder. De eerste seizoenshelft werd de ploeg geteisterd door blessures. Nu draaien ze lekker. ‘Bovenaan in de tweede periode’, glimt hij. ‘Zaterdag wordt een hele belangrijke wedstrijd.’

Als de training het einde nadert klinkt het bevel om ballen te zoeken: ‘We hadden veertien, ik wil veertien. Zwemmen!’ Ballen worden uit de sloot gevist. Dan komen de soldaatjes van de B-selectie aangemarcheerd, de avond is voor Dick nog niet klaar. Een speler begroet ‘m met: ‘Moi Dickie.’ ‘Moi mien jong’, zegt Dick.

De belangrijke wedstrijd in de vierde klasse E: GEO tegen HS ’88. Heerlijke pot, twee ploegen vol in de aanval. Hij heeft dezelfde houding als bij de training van de C-ers. Het rood-zwarte GEO-jack, een goed geluid, de armen losjes over het ronde buikje. Gemoedelijke uitstraling, eentje waar je van op aan kunt, waar je als speler voor door het vuur gaat omdat hij dat ook voor jou gaat. De trainingsoutfit is ingeruild voor een donkerblauwe spijkerbroek en nette pullover met geblokt overhemd. Ik probeer contact met hem te krijgen zodat ik de duim naar ‘m op kan steken. Maar ik heb oneerlijke concurrentie deze middag, zoals gaat dat bij vrouwen onderling. In de rust komt ze naar hem toe met een bos boterbloemen en na afloop doet ze speciaal voor hem een koprol over het rek: zijn kleindochter.

Langs de lijn zegt ie precies genoeg. ‘Overtuiging! Goed zo.’ Tegen zijn speler waartegen de scheids fluit: ‘Accepteren en weer verder, hoppa!’ Hij straalt vertrouwen uit, je voelt dat het goedkomt. Om zijn woorden kracht bij te zetten klapt hij drie keer in de handen. Het laatste kwartiertje, GEO verdedigt een 2-1 voorsprong met hand en tand, blijft hij een baken van rust. In de storm herkent men de ware kapitein. Bij een blessure van een speler – andere kant veld – loopt hij met verzorgerstas op sukkeldrafje richting de gewonde, neemt alle tijd, wandelt terug en zegt ondeugend richting bank: ‘Toch weer twee minuutjes.’

Ik was een matige voetbalster. Als ik ooit mijn rentree maak, is dat onder Dick. Zijn werkwijze (complimentje, grapje, duidelijke taal) zijn precies de ingrediënten waar ik het goed op doe. Wie weet werpt hij op een trainingsavond een hesje naar me toe. Ik zal er staan.

Ursula Sennema

Reageren