Kasper de Beer: Een voetballeven

Geplaatst:

Mijn voetballeven in een vereniging begon in 1963. Als 11-jarige jongen begon ik bij GVAV Rapiditas in de stad Groningen. Ik kwam in B7. We hadden 10 C-junioren, 9 B-junioren, 13 A-junioren elftallen en 15 senioren elftallen. D, E, F en mini’s bestonden nog niet

GVAV Rapiditas stond toen en nu nog steeds bekend als een zeer goede vereniging met een uitstekende jeugdopleiding. Daar heb ik gelukkig van kunnen profiteren en op een hoog niveau in de jeugd en het senioren voetbal gespeeld. Wat uiteindelijk ervoor gezorgd heeft dat ik meer dan een halve eeuw voetbal plezier heb. Ik ben al ongeveer 25 jaar trainer van jeugd en senioren elftallen in zowel Nederland als in Duitsland. In deze lange tijd heb ik mij erover verbaasd hoe het voetbal veranderd is. Er is steeds minder jeugd op de voetbalvelden te vinden. Wat is daarvan de oorzaak.Het aanbod van andere sporten is veel groter geworden.

  • De interesse bij jeugd ligt meer bij digitale spelletjes of individuele sporten.
  • Ouders hebben geen tijd meer (werk en sociale verplichtingen) om hun kinderen te begeleiden bij de (voetbal) sport.
  • Ouders hebben geen tijd meer om in een vereniging een kaderfunctie te bekleden.
  • Jongeren ‘shoppen’ naar andere sporten.
  • Sportschool en individuele sporten is een goed alternatief geworden.

Dit zijn de redenen waar de voetbalclub weinig invloed op heeft. Dat de interesse van de jeugd anders is geworden en ouders minder tijd hebben, is van deze tijd. Dat de jeugd uit meer sporten en sportscholen kunnen kiezen is ook niet meer weg te denken. Andere redenen zijn:

  • Er zijn geen clubs in de directe omgeving met een groep in hun leeftijdsklasse.
  • Doordat het aantal leden drastisch terug loopt wordt het voortbestaan van de club bedreigd.
  • Visuele cirkel minder leden, minder clubs minder mogelijkheden.
  • Ouders, opa en oma vinden dat de cultuur van een club in een ander dorp niet passend is. Rivaliteit onder de dorpen, uit het verleden, onderling.
  • Kinderen krijgen begeleiding en training door goedwillende liefdevolle mensen, vaak een vader met een hele grote auto waar veel kinderen in kunnen, maar niet door trainers of begeleiding die daarvoor opgeleid zijn.
  • Kinderen moeten veelvuldig van club wisselen om een leeftijdsgroep te vinden in hun omgeving. Vaak een samenwerking of een ‘Spielgemeinschaft’ van meer als twee verenigingen.
  • Kinderen moeten trainen en voetballen in groepen die veel te jong of veel te oud voor hun zijn.
  • Veel kinderen moeten vaak een wisselbeurt hebben (zeker de zwakkeren) of ze spelen met te weinig kinderen een wedstrijd.
  • Soms is er geen leeftijdsgroep te vinden en speelt het kind 1 of meerdere jaren geen voetbal.
  • Bij kleine verenigingen worden jonge spelers van 15 of 16 jaar al naar de senioren gehaald, om ze toch binnen de club te houden. Sociaal past dat niet. Een jeugdspeler van 15 jaar met spelers van rond de 30 jaar.
  • Het uitgaansleven trekt een sterke wissel op het blijven sporten.

Zo zou ik nog wel een tijdje door kunnen gaan.

Bedenk daarbij dat kinderen in de puberteit en jonge adolescentie veelvuldig wisselen van interesses, dan is het logisch dat weinig jonge voetballers de eindstreep van hun jeugdperiode halen. Daarbij missen zij een grote bijdrage voor de vaardigheden die zij in hun verdere leven van pas kunnen komen. Vriendschap, doorzettingsvermogen, teleurstelling, winnen, verliezen, respect, sociale vaardigheden enz.

De grote profclubs Real Madrid, Barcelona, Liverpool e.d. willen met een Super liga het voetbal redden. Gelukkig gaat de Super liga niet door, want het voetbal heeft niet meer multimiljonairs nodig, maar jongens en meisjes die voetballen leuk vinden en goed getraind en begeleid worden door opgeleide mensen, om later voor ieder op zijn eigen niveau een topprestatie te kunnen leveren. ‘Een gezonde geest, in een gezond lichaam’.

Onderzoek wijst uit dat voornamelijk in gebieden die dun bevolkt zijn, Groningen, Drenthe, Friesland, Zeeland en Limburg, dat kinderen niet kunnen sporten met sport die aansluit bij hun behoeftes. Uit eigen ervaring weet ik dat het aanbod voor de kinderen in de  provincie Groningen, het Emsland (Du) en Ost Friesland (Du) niet aansluit bij de wensen. Daarbij heeft het voetbal nog een gunstige positie, aangezien het een grote sporttak is. Bij andere sporten is het een complete drama, grote reisafstanden, dure sportattributen en dergelijke en zeker vanwege het ontbreken van sponsoren.

Het zou ook anders kunnen in gebieden met een kleine bevolking

Beter zou zijn de jeugdvoetballers onder te brengen in een grote aparte vereniging die een bepaalde postcode gebied bestrijkt. Met voor hun herkenbare namen. ‘De  Westerwoldse Tijgers’, ‘De Oldambtster Leeuwen’ enz. Waarbij de vereniging een postcode gebied moet kunnen bestrijken om tenminste vier elftallen in elke leeftijdscategorie te kunnen opstellen. In de praktijk zal dat een gebied zijn zo groot als een cirkel met een straal van 8 kilometer. De jeugdclub bestaat dan uit gemiddeld 250 tot 300 leden. Er zijn genoeg redenen te bedenken om dit voorstel te bekritiseren. Alleen er verandert dan niets. Heel veel jeugd kan nu niet sporten naar zijn of haar wensen. Dat is dramatisch.

Dus er moet wat gebeuren!

Van de KNVB of andere sportbonden hoeft men nagenoeg niets te verwachten. Het probleem is ook alleen in dunbevolkte gebieden.

Een grote jeugdclub:

Ieder kan sporten op zijn of haar niveau. Eventueel een omni jeugdafdeling met meerdere sporten. Een enorme boost aan sociale contacten onder de jeugd. Ook andere evenementen voor de jeugd. Zowel recreatie- en prestatieniveaus. Sporten met leeftijdsgenoten. Training en begeleiding van goed opgeleide trainers en begeleiders. Goed opgeleid kader. Enzovoort enzovoort.

Toch zullen velen direct met commentaar komen. Zeker de grotere verenigingen, immers zij hebben ook het minste last van de terugloop van jeugdleden. De commentaren zou ik zelf kunnen opsommen. Die heb ik al veel te vaak gehoord in zowel Nederland als Duitsland. De commentaren hebben hoofdzakelijk te maken met praktische zaken, dorpssentimenten en het verleden.

Bijvoorbeeld. Waar worden de trainingen en wedstrijden gehouden? Wanneer mag een jeugdspeler de jeugdafdeling verlaten? Waar gaat de jeugdspeler spelen na zijn jeugdperiode? Moeten voor de jeugdspelers die overgaan naar de senioren een opleidingsvergoeding betaald worden? Vooral het verleden speelt een grote rol om niet te willen veranderen. Maar jij ziet toch ook als liefhebber dat actie nodig is en niet meer in het verleden te leven maar in de toekomst. Natuurlijk heb ik een voorstelling hoe het een en andere eruit zou kunnen zien, beter is als we samen zouden kunnen bouwen, waarin ieder zich gehoord voelt.

‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’, is een bekend gezegde.  Maar wat als zij niet kunnen sporten naar hun behoeftes. Tijd om tot actie over te gaan. Reacties naar: k.debeer@hotmail.nl

Kasper de Beer

Reageren