Mark Postma: Hoe kies je een aanvoerder?

Geplaatst:

Samen met ruim 11 duizend andere enthousiastelingen, was ik gisteren getuige van de kwartfinalewedstrijd op de Vijverberg. ‘Wij gaan naar Enschede, wij gaan naar Enschede’, schaterde het al snel na de 1-0. Na de 2-0 ging de wave over de tribunes. En ja, die lach kreeg je na het laatste fluitsignaal ook niet van mijn gezicht. Het is hosanna: onder aanvoering van Lieke Martens op het veld, en de stimulerende voetbalambiance buiten het veld, werden de Zweden aan de kant geschoven…

Maar is het dan allemaal koek en ei? Is er helemaal geen relletje? Dat kan toch bijna niet?

Als we dan toch ergens een vuurtje kunnen aansteken is de aanvoerdersdiscussie misschien wel leuk.   Mandy van den Berg startte dit toernooi als aanvoerder. Ze wordt gewisseld en gepasseerd. Sherida Spitse controleert het middenveld en scoort tweemaal vanaf de stip. Ze wordt door ex-aanvoerder Daphne Koster, op televisie, ter discussie gesteld om haar handelingssnelheid. En dan hebben we nog Lieke Martens en Shanice van der Sanden. Martens verdiend driemaal de trofee ‘man van de wedstrijd’ en Van der Sanden manifesteert zich als publieksspeler.

Dan naar de observaties van gisteren. Spitse draagt de aanvoerdersband in de eerste helft. Van den Berg komt er de tweede helft in, Spitse behoudt de aanvoerdersband. Van der Sanden wordt na 70 minuten gewisseld, vraagt om een applaus en jut openlijk het publiek op. In de 86e minuut haalt Wiegman, Martens naar de kant. Zij ontvangt zonder vragen een staande ovatie. Peanuts natuurlijk, want who cares wie die stomme band draagt. Alleen vind ik de observatie van een groepsproces wel interessant. Hoe gaan al mijn collega-amateurtrainers hier eigenlijk mee om?

Een nieuw seizoen betekent soms een nieuwe trainer. Nieuwe spelers. Nieuwe kansen en misschien wel een nieuwe aanvoerder. Als trainer van een elftal in het vrouwenvoetbal begin ook ik aan een nieuwe uitdaging. En daarbij hoort ook de beslissing over een (nieuwe) aanvoerder. In mijn geval wordt het sowieso een nieuwe aanvoerder. De voormalig aanvoerder is vertrokken en ik proefde tijdens een aantal kennismakingstrainingen al een soort van leiderschapsvacuüm. Hier ben ik overigens wel blij mee. Iedereen gelijk. Of je er nu 12 jaar speelt, of er net bij bent. Tijd voor een nieuwe generatie en attitudes, waarbij ik het liefste 11 aanvoerders het veld instuur.

Maar zonder gekheid, hoe pak ik dit als amateurtrainer nu het beste aan? Zijn daar ‘best practices’ voor? Uit mijn ervaring als speler weet ik dat sommige trainers zelf een aanvoerder kiezen. Andere trainers laten zich voorlichten door clubleiders en clubcultuurbewakers. Weer andere trainers laten de spelersgroep stemmen. Maar ja, wil iedere speler wel aanvoerder zijn? En hoe organiseer je dat stemmen dan: openbaar of anoniem? En wat is de kiesdrempel. Wat nou als er een 9-8 verhouding is? Lekker begin zo’n wij-zij vorming binnen een team.

Gelukkig heb ik nog een aantal weken, om mijn eerste ingeving te rationaliseren. In het kader hiervan vind ik een interview met Peter Bosz in het AD, 10 mei jongstleden, wel interessant: “Zeg dat je selectie bestaat uit twintig man. Binnen zo’n groep ga jij als trainer drie personages ontdekken. Eén speler die zich opwerpt als dé leider in het veld, een tweede is de leider buiten het veld en er is een leider van de sfeer.” Hij vult aan dat het ontzettend belangrijk is, dat deze drie spelers het goed met elkaar kunnen vinden. Als het tussen deze drie niet botert, loopt het elftal niet. In hoeverre is dit herkenbaar?

Een andere ‘best practice’ komt van Sam Walter. Hij is oprichter van de Wall Street Journal Sport, en houdt zich vanaf 11-jarige leeftijd bezig met de vraag wat ‘uitzonderlijke’ sportteams nu zo goed maakt. Na jaren van onderzoek onder de 16 meest succesvolle teams in de sporthistorie, waaronder het Barcelona van Guardiola, verscheen onlangs zijn boek: ‘The Captain Class’. Wat blijkt, de meest succesvolle sportteams hebben 1 ding gemeen. En wat dat is? In ieder geval niet de aanwezigheid van een superstrategie. In ieder geval niet de aanwezigheid van een supercoach. In ieder geval niet de aanwezigheid van een supertrotse sterspeler. Het is het atypische karakter van de aanvoerder. En wat dat atypische karakter is? Dat verklap ik natuurlijk niet. Onderzoek, ondervindt en trek vervolgens eigen conclusies. Anders ontneem ik iemand een leerervaring.

Oja, terugkomend op mijn eigen elftal. Na het schrijven van dit artikel ben ik er uit. Ik laat de ratio voor wat het is en ga voor mijn eerste ingeving. En wat betreft de Oranje Leeuwinnen? Dan ga ik voor Kika van Es. Rechtspotige linksback. Mooie voornaam, die associatie oproept met een hoger doel. Onopvallend goed voor het team in het veld. Heeft de belangrijkste overwinning al geboekt buiten het veld, en overhandigt Van der Sanden de Nederlandse vlag om te poseren voor de camera’s.

Wat wil je nog meer?

Mark Postma

Reacties (1)

Reageren