Mark Postma: Waar speel je als voetballer voor?

Geplaatst:

Wellicht herken je het als speler wel, of als coach. De wedstrijdbespreking een uurtje voor de aftrap. Allemaal verzamelen in de bestuurs- of kleedkamer, en als het meezit verschijnt al snel een tactiekbord en/of een vel papier. Soms wel twee vellen, of twee borden. Eentje voor balbezit en eentje voor balbezit tegenpartij. De ene coach kladdert het helemaal vol: compact spelen, looplijnen, breed houden, volle 100%, met z’n allen, durf te voetballen, alles geven, genieten. Een andere coach gebruikt een heuse Powerpoint, en weer een andere coach noemt gewoon de 11 namen op. Voornaam eerst, soms met achternaam en als het even meezit ook nog de nummers en de wisselspelers.

Wat ik heb waargenomen tijdens mijn bescheiden amateurjaren als speler, en uit observaties in het profvoetbal, is het onderscheid in grofweg drie type coaches. De eerste coach heeft het tijdens de wedstrijdbespreking veel over de tegenstander: snelle rechtsbuiten, 433, tweebenige middenvelder met sterke crossball, goede doelman, enzovoorts. Wat ik zag bij deze groep coaches is vaak een ietwat defensieve speelstijl. Het tweede type coach heeft het voornamelijk over het eigen team: uitgaan van eigen kracht, risico’s in het spel, opbouwpatronen, dit gaan we de eerste 15 minuten doen, etc. Wat mij bij deze groep coaches is opgevallen, is de aanvallende speelstijl. Het derde type coach pakt een combi van beide. Aan de ene kant legt deze de nadruk op de eigen kracht, aan de andere kant belicht deze de kansen/zwaktes bij de tegenstander. In theorie is dit misschien wel het meest ‘gewenste’. Naar mijn idee zijn we ooit allemaal begonnen met voetballen om plezier te hebben. Omdat we voetbal leuk vinden, om actief te zijn met bal. Je weet het vast nog wel: lekker dicht op elkaar, en al snel vormt zich een kluitje omdat we stuk voor stuk die ‘bal’ willen hebben. Doelpunten maken en kansen creëren. Op latere leeftijd verandert dit beeld wel. Zodra teamspel en, nog later, prestaties worden gevraagd komen er andere zaken bij kijken. Spelen met je hoofd. Vanuit een weldoordachte tactiek. Spelen om te winnen. Spelen met een winnaarsmentaliteit. Als je je daarin ontwikkelt, komt misschien die jongensdroom wel uit: spelen voor Oranje, spelen met de winnaars van morgen.

Wat is dat eigenlijk? Een winnaar van morgen? Daar is al zoveel over geroepen, en ik vraag me dan ook serieus af in hoeverre die hele discussie over ‘winnaars van morgen’ niks anders is, dan een onverwerkt WK-finale trauma? Als pijn van dat trauma, wordt generatie op generatie na iedere nederlaag van het Nederlands Elftal, gebombardeerd met ellenlang voetbalgezeik en -gezeur. Dit deugt niet, dat deugt niet. Van bejaarden die het ‘onbewust’ hebben meegekregen tot besmette volwassen, van regenachtige media tot moedeloze jongeren. Het lijkt wel alsof wij Nederlanders elkaar, na weer een verliespartij, keer op keer in een voetbaldepressie praten. Als wij voetballiefhebbers elkaar op deze negatieve, pijnlijke manier blijven demotiveren, zullen ook mijn toekomstige kinderen 1 of 2 teleurstellende WK-finales gaan beleven. De uitkomst laat ik je raden.

Nederlandse voetbalcultuur

Het zal je niet ontgaan zijn, in mijn optiek zit het verlies van 3 WK-finales diep vervlochten in onze voetbalcultuur. Deze negatieve ervaringen mogen we met z’n allen voorgoed accepteren, en loslaten. Basta. Over. Uit. Alles waar je tegen vecht, hecht. En daarom komen we ook niet af van ons voetbaltrauma. We blijven maar lullen over de Hollandse School en ’74, we blijven hangen in vroeger en elkaar bang praten over de mogelijke gevolgen van het missen van Rusland ’18. Je herkent misschien wel sommige demotiverende teksten: spelen tegen degradatie, spelen tegen de pijn van verliezen, spelen tegen de lokale amateurrivaal, spelen tegen die arrogante stadsclub, spelen tegen de scheidsrechter, spelen tegen die snelle rechtsbuiten, spelen tegen onrealistische verwachtingen van het publiek. Zolang we tegen iets spelen, vechten we tegen een tegenstander, zijn we veelal vanuit pijn van verlies (of trauma) gemotiveerd, hebben we soms zelfs een (gezamenlijke) niet-bestaande vijand, en dat levert op de lange termijn meestal alleen maar teleurstelling op.

Hoe anders is de energie als je voor iets bent. Speelt met voorstanders. Spelen voor je plezier. Spelen om het plaatselijke publiek te vermaken. Spelen om het beste van jezelf te kunnen laten zien. Spelen voor het proces en gevoel dat je jezelf en anderen geeft. Spelen voor een medespeler, voor een team, voor een club, voor een dorp, voor een stad, voor een provincie, voor een land, voor een volkslied. Als voetballen vanuit geloof, hoop en vertrouwen in eigen kwaliteit, met de juiste spelvisie wordt begeleid, genereert dat juist energie. Wie een ‘positieve waarom’ heeft om voor te voetballen, zal iedere ‘hoe’ kunnen verdragen. En dit geldt niet alleen voor de betreffende voetballers, maar voor de hele omgeving. Laten we daarom de waarheid onder ogen zien, onze Nederlandse ‘voetbalwaarden’ en ‘–kwaliteiten’ opnieuw ontdekken, en tijd uittrekken om de voetbalwereld weer met plezier en wereldwijde voetbalinspiratie te verrassen. Trek er op uit, neem 7 jaar de tijd om te investeren in het proces, sta open voor andere voetbalculturen, snuif er aan, leer, experimenteer, innoveer en integreer dat vervolgens in je eigen voetbalvisie.

Er is toch niks mooiers dan het voetbal te spelen, waar je zelf als voetballer, als team, als club, als dorp, als stad, als gemeente, als provincie, als land voor staat? Dan duren die wedstrijdbesprekingen misschien ook wat korter.

Reageren