Mark Postma: Wie vindt zichzelf coachbaar?

Geplaatst:

Samen met een andere vrouwenvoetbalcoach verzorgde ik vorige week, voor eerstejaars klassen van de opleiding HBO-V, zogeheten We are ONE workshops. Sport en kennismaken. Bewegen en leren. Spel en gedrag. Zo maar een aantal begrippen die de inhoud wat duiden. En bovenstaande vraag, die we stelden aan een selectie van de 250 deelnemende studenten. Als antwoord op de vraag mochten de studenten die zichzelf coachbaar vinden, een stap naar voren zetten. Degene die zich minder coachbaar vinden, blijven staan waar ze staan. Resultaat? Ongeveer 33% stapte naar voren, 66% bleef staan waar ze stonden. Dapper, open en kwetsbaar noemde ik deze groep.  Zowel de studenten die zichzelf als niet-coachbaar zagen, als de studenten die zichzelf coachbaar vonden. Na wat opheldering en doorvragen, stapten er uiteindelijk nog een aantal naar voren.

Zie je het al voor je? Een elftal amateurspelers waarin 3 a 4 spelers zichzelf coachbaar vinden? Een elftal waarin 3 a 4 spelers zichzelf redelijk coachbaar vinden, en een elftal waarin 3 a 4 spelers zichzelf niet-coachbaar vinden? Misschien hoef je het niet eens voor je te zien, en is het de realiteit. Wat ik de afgelopen jaren in ieder geval heb ontdekt zijn verschillende ‘houdingen’ van spelers. Een eerste speler is de speler die ideeën van jou als voetbalcoach/voetballeider/ voetbalouder geruisloos oppikt. Soms knikken ze mee terwijl jij iets vertelt, of voordoet op de training, als een soort van herkenning. Ze lijken het met jouw voetbalidee eens te zijn en denken ‘dit past in mijn voetbalplaatje’.

Een andere speler kijkt wat bedenkelijk tijdens de uitleg van jouw ideeën over bepaalde voetbalaspecten. Verbaasd, fronsend, misschien wel. Ze kijken soms wat naar de grond, of juist naar boven, en aan de lichaamshouding kan je eigenlijk al zien wat ze denken: ‘Ik weet (nog) niet wat er wordt bedoeld, of ik ben het hier (nog) niet mee eens’. Het moge duidelijk zijn, de speloefening, het idee, de opmerking past (nog) niet echt in het voetbalplaatje van deze speler.

Een laatste categorie spelers kijken je met een vragende blik aan tijdens de uitleg van jouw voetbal ideeën. Ze hebben een open gezicht, een actieve lichaamshouding en hoewel het gehoorde nog onbekend terrein is, denken ze: ‘Dit kan wel eens interessant zijn, hier kan ik van leren’. Het ‘onbekende’ voetbalidee, zien ze als iets wat ze willen ontdekken. Eigenlijk past het voetbalidee nog niet echt in het voetbalplaatje van deze spelers. Wel zijn ze nieuwsgierig, en staan ze open om het in hun voetbalplaatje op te nemen.

Wat mij betreft komen we hiermee ook tot de kern van ‘coachbaarheid’. In hoeverre is coachbaarheid iets overnemen wat een ander zegt? In hoeverre is coachbaarheid ja, nee – en amen zeggen, tegen voetbalideeën van een ander? Ter stimulatie van het leren gebruik ik in de omgang met spelers en/of studenten vaak de volgende zin: “Alles wat ik zeg is niet-waar, totdat je het zelf gelooft, ontdekt en/of ervaart. Dan is het misschien ietsje waar.” Met andere woorden: wij als voetbalcoaches, voetballeiders, voetbalouders kunnen onze spelers van nog zoveel tips en adviezen voorzien; het gaat pas echt leven bij de spelers, als het past in hun eigen voetbalplaatje. Als ze het zelf ook echt geloven, hebben ontdekt en/of zo ervaren. Dan komt het bij spelers echt binnen.

Tot slot. ‘Wat verstaan we eigenlijk onder coachbaarheid?’, is meestal de vraag die gesteld wordt naar aanleiding van de titelvraag van dit stuk. De meest gehoorde antwoorden: vragen om feedback, vragen om opheldering van feedback, nieuwsgierig naar andere ideeën, open staan voor tips, beter willen worden, flexibel zijn, wendbaarheid, luisteren naar overtuigingen van anderen, vragen naar verschillende perspectieven, meningen waarderen en respecteren, eigenwijsheid toegeven, eigen idee loslaten, of juist bij je eigen idee blijven en dit verbeteren, afwegingen maken, durven leren, kwetsbaar durven zijn. En vervolgens beslissen of je iets met de coaching doet, of niet.

Mark Postma

Reageren