Tieme Woldman: The Hitman’s kleine jongen

Geplaatst:

The Hitman scoort nooit meer, kopten lokale Friese en Groninger kranten vorig jaar november in hun sportkaternen. Ik maak mezelf wijs dat ik het Noordelijk voetbal redelijk volg, maar tot mijn schande moest ik bekennen dat ik geen idee had van wie The Hitman was. Ik ken de Maradona van de Wâlden om maar eens wat te noemen, en de Tovenaar van Ter Apel, maar The Hitman had ik gemist. Dat ligt aan mij, niet aan The Hitman want al verder lezend in de kranten kwam Daniël Postema achter die bijnaam vandaan en toen wist ik genoeg. Daniël stond al een tijdje op mijn lijstje van voetballers die ik ooit nog eens graag wilde zien voetballen; hij stond tussen Wayne Rooney en Karim El Ahmadi in. Rooney vinkte ik een paar jaar geleden in de Arena af en voor Daniël en Karim had ik nog tijd genoeg.

Tenminste, dat dacht ik

Daniël was 35 maar fit en liefhebber genoeg om tot zijn veertigste door te gaan. Ik had bijvoorbeeld een wedstrijd van VV Waskemeer tegen SC Twijzel op een zaterdagmiddag in gedachten. Daniël zou dan zoals iedere wedstrijd scoren en ik zou hem bewonderen om het gemak waarmee hij scoorde en om hoe hij juichte: gewoon armen in de lucht en zijn maten omhelzen, verder geen gebaartjes of gedoe. Maar gewoon zoals Daniël was, en zoals zijn vrienden hem schetsen: een rustige jongen, toffe gast, vleesgeworden Fair Play, geen gekkigheid. Terug naar huis zou ik Daniëls naam op mijn lijstje afvinken en dan had ik die middag toch maar mooi een van de honderden doelpunten die Daniël in zijn leven maakte, meegepikt. Ik zou zijn bijnaam The Hitman helemaal begrijpen en nooit meer vergeten. Ergens in de toekomst zou ik tegen voetbalvrienden zeggen dat ik The Hitman nog in actie had gezien en een van de vrienden zou dan uit zijn hoofd oplepelen dat Daniël in seizoen 2013-2014 nationaal topscorer bij de amateurs was. ‘Op die 59 goals van Daniël,’ zouden wij vervolgens proosten.

Dat was het plan, tenminste, dat dacht ik.

Totdat het zaterdag 5 november 2016 werd. Daniël en een paar voetbalmaten rijden in een busje van VV Waskemeer in de stad Groningen en rammen op de Plataanlaan een viaductpilaar. De ambulance voert Daniël zwaargewond af. Hij vecht spreekwoordelijk voor zijn leven en zijn partner Iris en zijn moeder Harma willen alles voor zijn leven geven, maar op enig moment hebben zij bij al zijn letsel vast gedacht of gefluisterd: ‘Ga maar, jongen,’ en Daniël ging.

The Hitman scoort nooit meer, kopten de kranten de maandag daarna. En ik zette een kruisje achter Daniëls naam op mijn lijstje.

Niet meteen, maar later zou ik een stukje over hem schrijven omdat hij verder leeft zolang zijn verhaal verteld of geschreven wordt en om goed te maken dat ik zijn bijnaam niet kende en hem nooit zag voetballen. Een stukje was het minste wat ik kon doen. Schrijvers houden van drie dingen: van drama, drama en van drama. En drama was er zat in Daniëls leven of misschien wel veel te veel, en dan gaat het niet alleen om zijn dood. In zijn beloftentijd bij FC Groningen overleden zijn vader en stiefvader kort na elkaar en stond Daniël voor de proefwedstrijd die besliste over doorbreken naar de selectie van FC Groningen. The Hitman die toen al in hem zat was begrijpelijkerwijs met zijn hoofd bij zijn vaders en Daniël werd zelfs gewisseld. Hij was afgetest door FC Groningen, dus zat een profcarrière er ondanks zijn bijzondere voetbalkwaliteiten niet meer in. Dat, en op zo’n jonge leeftijd al zonder vader verder moeten, tja, hoe dramatisch wil je het hebben?

Toch was Daniël volgens zijn vrienden er de man niet naar om te verbitteren en op te geven. Al scorend zocht hij zijn weg in het Noordelijke amateurvoetbal en reeg hij de vrienden en bewonderaars aan elkaar. Als Daniël speelde, stond er meer publiek langs het veld, het kwam voor dat fans van tegenstanders voor hem klapten. Elk doelpunt gaf een klein beetje geluk en verder vond Daniël zijn geluk bij Iris en hun zoontje Leon.

Tot die bewuste zaterdag in november vorig jaar.

Midden in het leven van Daniël Postema stond ineens een betonnen viaductpilaar aan de Plataanlaan in Groningen. Op YouTube staat het filmpje van zijn uitvaart. Terwijl je zit te kijken, ruik je door het beeldscherm heen de zwavel van de Bengaalse fakkels die zijn familie en vrienden ontsteken als de lijkwagen Daniël naar het crematorium rolt. Kippenvel golft met de lijkwagen mee en in een volgend shot staat Daniëls kist in de aula. Zijn voetbalschoenen staan op zijn kist. Zaterdag hebben zij voor de laatste keer gescoord.

Leon was nog te jong om bij de uitvaart zijn. Hij heeft zijn vader nooit zien scoren, niet bewust tenminste. Andersom zal Daniël zijn kleine jongen Leon nooit zien voetballen. Alleen de dood trekt zulke onbegrijpelijke en oneerlijke wissels in levens. Als André Hazes ‘Kleine jongen’ inzet, staart iedereen in de aula naar de voetbalschoenen op de kist en ziet Leon voor zich. Leon zal later vast voetballer worden, of dat op hetzelfde niveau als zijn vader is doet er niet toe. Maar ooit op een zaterdagmiddag zal Leon de voetbalschoenen van zijn vader aantrekken en daarmee scoren – dichterbij zijn vader zal hij nooit kunnen komen. Hij zal zich even The Hitman voelen en ik zal daarbij zijn. En ik zal aan al mijn voetbalvrienden vertellen dat ik The Hitman nog in actie gezien heb.

Tieme Woldman

Reacties (1)

  1. Koploper zegt

    Kippenvel. Als oud collega en kameraad van zijn vader ken ik Daniel als kleine jongen en voetballiefhebber en ben hem altijd, meest via de media, blijven volgen. Soms kwam ik hem nog eens tegen en altijd even duimpje omhoog of een kort gesprekje. Deze column doet hem eer aan. Mooi.

Reageren