Tieme Woldman: Karel Liklikwatil

Geplaatst:

Bij een zonnebank denk ik altijd aan Karel Liklikwatil, oud-speler van onder meer Hoogeveen en Veendam. Dankzij Karel zeurde ik eind jaren zeventig mijn moeder de oren van de kop om een zonnebank: Karel heeft Molukse roots en ik wilde net zo’n kleurtje als hij en als het even kon net zo goed voetballen. Voor dat laatste hielp een zonnebank niet, maar als ik Karels kleurtje had was ik al een eind op weg, zo redeneerde ik. Tja, ik was elf en toen kwam je daar nog mee weg.

Ajax deed in die dagen graag Drenthe aan voor oefenwedstrijden in de aanloop naar een nieuw seizoen. Hoogeveen was een geliefde tegenstander: het aanvallende en open spel van zowel Hoogeveen als Ajax golfde lekker op en neer en beide teams gaven brood en spelen aan ons het volk. De eerste helft ging dan gelijk op alsof het  afgesproken was en terwijl wij toeschouwers nog met ‘misschien wordt dit wel een stunt’ in ons achterhoofd zaten, tikte Ajax in de tweede helft een 1-7 of iets van die orde op het scorebord. Iedereen tevreden: Hoogeveen had zich dapper geweerd en wij hadden toch maar mooi Ajax, het boegbeeld van de Hollandse School en totaalvoetbal, op dreef gezien.

Behalve die ene keer eind jaren zeventig. Een zwoele avond, naast Midalgan en patatwalm hing er nog iets in de lucht. Vanaf de eerste seconde stond Hoogeveen kort, tenminste dat hoorde ik oude, wijze, sigaren rokende voetbalmannen zeggen want als elfjarige hoopte ik vooral op een poort van Simon Tahamata of een volley in het kruis van Søren Lerby. Maar Tahamata kwam rechtsback Karel Liklikwatil met geen mogelijkheid voorbij en Lerby liep meer achter Roel Smand aan dan hem lief was.

Je zag de Ajax-spelers kijken: hé jongens, dit was toch niet afgesproken? Dit is een oefenwedstrijd, oké, in de eerste helft laten wij het thuispubliek voor de spanning in de waan dat er wat te halen valt, maar daarna laten wij even zien wie hier de mannen en de jongens zijn. Maar niet deze avond. Ajax zette zijn irritatie om in felheid, Hoogeveen was allerminst onder de indruk. Ajax raakte daarentegen steeds meer onder de indruk van Karel Liklikwatil en Roel Smand. Met moeite schakelde Ajax over van de ‘we gaan een lekker potje voetballen op een zomeravond’-stand naar standje volle bak. Ajax won nipt en dat voelde voor ons toeschouwers als winnen: Hoogeveen had Lerby wit om zijn neus gekregen en dat lukte maar weinigen.

Karel Liklikwatil speelde als een held die avond. Die onverzettelijke bos haar van hem symboliseerde zijn gedrevenheid en als back haalde hij toen al de achterlijn voor stropdasvoorzetten op spits Ron de Haas. Karel was zijn tijd ver vooruit en ik heb nog altijd een weddenschap lopen met een voetbalvriend over dat Roberto Carlos zijn spel van Karel afkeek en Karel dus de grondlegger van de moderne, opkomende back is – ooit gaat Roberto Carlos dat in een biografie zeggen, mark my words. Dus logisch dat ik een zonnebank wilde en Karels achternaam voor de spiegel oefende.

Evenzo logisch was het dat Ajax Karel en Roel Smand een contract aanbood. Karel en Roel zochten al een woning in Amsterdam en het contact met Ajax liep via Hoogeveen-keeper en tevens oud-Ajacied Sies Wever. Het Hoogeveen-bestuur was echter not so amused en zette Wever in de pers als ronselaar neer en hield zo de overgang van Karel en Roel tegen. Al met al een soap van jewelste waar ik ooit nog eens een ander stukje aan waag, maar voor Karel betekende het dat stadions als De Kuip en White Hart Lane, en koppen in De Telegraaf als “Liklikwatil laat Bayern naar adem happen” aan zijn neus voorbij gingen. Na een paar seizoenen Hoogeveen bereikte hij alsnog betaald voetbal bij SC Veendam en volgens insiders was Karel zeer teleurgesteld over het missen van Ajax maar heeft hij nooit wrok gekoesterd en dat onderstreept zijn klasse des te meer.

Nu ik er zo over nadenk: ik ga achter het nummer van Roberto Carlos aan om te regelen dat ik zijn biografie schrijf. Roberto was een jaar of vijf toen Karel al opstoomde naar de achterlijn om hele fijne voorzetten te geven. Als ik dan voor een van onze gesprekken bij Roberto thuis ben, haalt hij op een keer een fotootje van Karel uit een la: ‘Dit is mijn grote voorbeeld.’ Mijn voetbalvriend waarmee ik wedde, is mij dan een zonnebank schuldig en daarin zit meteen de crux waarom Roberto Carlos wel net zo goed kon voetballen als Karel: in tegenstelling tot mij had hij Karels kleurtje al.

Tieme Woldman

Reageren