Tieme Woldman: ‘Niet helemaal topfit’

Geplaatst:

Iedere week als ik het voetbalprogramma Onze Club van RTV Drenthe zit te kijken, dramt ergens in mijn hoofd de gedachte dat je mensen niet op hun uiterlijk moet beoordelen, maar op hun innerlijk en op hun prestaties. Ja, dat hebben mijn ouders er goed ingeramd en ik heb dat op mijn beurt bij mijn kinderen gedaan. Van de vijfde klasse tot de eerste klasse, wat er ook maar in Onze Club langskomt, zie ik jongens voetballen die om het maar even zo te zeggen, goed in hun wintervoorraad zitten, ook in de zomer. Zo op het oog doet dat niks af aan hun prestaties. En dan nog, het zijn amateurs, dus als zij een paar kilo extra op de mat willen leggen dan is dat hun zaak.

Hoe anders is het in profvoetbal. Daar word je goed betaald voor wat je met je lichaam presteert en dan spreekt het voor zich dat je er alles aan doet om dat lichaam in de beste mogelijke staat te brengen en te houden. Een prof die dat aan z’n laars lapt, kan rekenen op commentaar van De Tafel van Kees tot aan Studio Voetbal en krijgt in alle sportkaternen de hoon over zich heen. We kennen allemaal de voorbeelden van jongens die moeite met hun gewicht hebben, ik noem een Rafael van der Vaart of een Theo Jansen al is Mido mijn favoriet toen hij voor de tweede keer bij Ajax kwam. Ronaldo, de oud-PSV’er heeft de boel en zijn lichaam nog mooier laten gaan, maar die was toen feitelijk al gestopt en dan telt het niet meer. Nee, dan Mido. Hij is het levende bewijs dat spelersmakelaars ongezien spelers aan clubs verkopen en aan makelaar Mino Raiola kun je dat helemaal overlaten. Eén telefoontje naar Ajax dat de vroegere publiekslieveling Mido weer op de markt was en Ajax mailde meteen een getekend contract. Man, wat was ik er graag bij geweest toen Mido zich met twee onderkinnen en full size love handles op de eerste training meldde. De gezichten van de Ajax-staf moeten goud waard geweest zijn en daarbovenop Overmars die zich in zijn complete koffiebekertje verslikte.

Met Mido werd het bij zijn rentree dan ook helemaal niks en je vraagt je toch ook af hoe hij dat zelf bedacht had. Als amateur ga je lekker je gang maar en als de trainer het te gortig wordt, zak je vanzelf af, maar als prof gaat dat natuurlijk niet. Als voorstoppers die eerder wit om hun neus werden als jij het veld instapte, jou nu op tien meter staan te dekken, dan moet er toch ergens een belletje gaan rinkelen. Maar ja, dat belletje wordt waarschijnlijk overstemd door het gerinkel van de kassa en als supporter zit je met plaatsvervangende schaamte te kijken. Al is het niet alleen schaamte, eerlijk is eerlijk, een te dikke speler slaat ook een brug naar ons amateurs die niet met een Killerbody in de voetbalschoenen staan en dat maakt ze in een zeker opzicht ook sympathiek. Buiten een paar honderd procent meer talent zijn zij in wezen niet anders dan wij. Het laatste voorbeeld daarvan is Género Zeefuik: Joost mag weten waar, maar hulde aan de materiaalman of vrouw van FC Emmen die ergens een shirt en broek in XXXL voor Zeefuik opduikelde. Ik zat met mijn handen voor mijn ogen naar de ‘niet helemaal topfitte’ Zeefuik op Fox en in Onze Club te kijken en smeekte hem ‘nee, niet doen!’, maar het was al te laat en Ronald de Boer vond het te triest voor woorden. Maar toen kwam dat zinnetje over innerlijk en prestaties dat mijn ouders er inramden weer naar boven en zag ik ineens de held Zeefuik: je moet maar durven om zo de brug naar ons amateurs te slaan.

Tieme Woldman

Reageren