Ursula Sennema: De A-junior

Geplaatst:

De jongen werd geboren op een woensdag. ’s Middags viel de Voetbal International in de bus. Op de voorkant staan Ruud van Nistelrooy en Luc Nilis. Inmiddels moet ik omhoog kijken, bij deze A-junior.

De jongen begroet me in de ochtend met ‘boeh’ of een klikgeluid. Wanneer ik op de overloop naar zolder roep, hij is aan het gamen, en kom met een voorstel – iets gezamenlijks – roept hij halverwege mijn zin: ‘Veel plezier!’ of de uitgebreide versie: ‘Veel plezier Ursula!’ Als ik vragen stel over zijn vorderingen dit eindexamenjaar, wanneer is die open dag? krijg ik twee regels terug, eindigend met ‘doei’, teken dat ons gesprek klaar is.

Toen Justin Kluivert debuteerde tegen Zwolle zat de jongen zat naast me, ik koesterde het moment op de zondagavond, samen voetbal kijken, hij schakelde tussen twee schermpjes, mijn emotie ontging hem, ik zag Justin vlak voor zijn optreden, tussen andere jongelingen, hun gezichten zacht als poezen. Het onbevreesde, onbevangen spel, recht uit het hart en ik zei: ‘Potverdorie, jullie zijn even oud, lagen in dezelfde zomer in de wieg, in de warme zomer van 99, schopten als dreumesen een jaar later de eerste keer tegen een bal.’ Ik voelde mijn ogen vochtig worden, dat de tijd zo snel ging vloog me aan; alsof iemand op een fast-forward knop had gedrukt en ik keek ‘m aan, hij nam het voor kennisgeving aan, hij had net kaarten besteld voor Heerenveen – Groningen, dát was belangrijk voor hem dit moment.

Zijn vader, leider van het vijfde, had hem in de herfst aangekeken vanachter de computer, bezig met de opstelling, hij kwam een speler tekort, de jongen was vrij, hij kon mooi meedoen toch? Ik zei:  ‘Daar komt niks van in.’ Ik kende zo onderhand de tegenstanders van het vijfde. Meedhuizen, Nieuwolda, ZEC Zandeweer. Flinke kerels met karrenvrachten goede intenties, maar niet voetballers van het meest verfijnde soort, in contact vriendelijk maar in mijn hoofd op het veld transformerend in bulldozers die over het veld denderden. Het idee joeg me angst aan, als aanvaller kreeg je veel te verduren, de jongen was jong, het lichaam rank, het bleef je eigen vlees dat je wilde beschermen.

Hij gaat de stap zetten, van het vriendenteam waarmee hij vanaf de F-jes samen was, naar de senioren. Nu een kleine overzichtelijke wereld. Jaarlijks nagenoeg dezelfde indeling. Tegen Noordwolde, tegen Lewenborg. De directe tegenstander is negen van de tien keer een klas- of  schoolgenoot. Ze lopen keuvelend als blije veulentjes samen het veld af. Ook de uitslagen liggen min of meer vast, gek genoeg is dat prettig. Van DVC wordt standaard verloren, voetballen tegen Noordpool betekent winst.

Ooit zal hij tussen de grote mannen lopen. Oog in oog met verdedigers van PKC en Noordscheschut, voetballers met bovenbenen als Edammer kazen, ik had dat met eigen ogen geconstateerd.

Brrr.

Ursula Sennema

Reageren