Ursula Sennema: Henk Alberts alias Grobbelaar

Geplaatst:

Als Jacob Hendrik Alberts in 1945 wordt geboren weet hij nog niet dat hij in april 1990 anderhalf kantje volschrijft in clubblad De Treffer. Zoals hij zo vaak zou doen. De Treffer die wekelijks verschijnt. Waarbij voetballers om toerbeurt een wedstrijdverslag schrijven dat vóór zaterdagmiddag 18.00 op het redactieadres ingeleverd dient te worden en waar gretig gebruik van wordt gemaakt, getuige het dringende verzoek het aantal inzendingen te beperken ‘anders wordt het te veel voor onze typiste’.

Anderhalve pagina beschrijft hij zijn capriolen die middag in de goal, met Omlandia 4 tegen TEO 2 uit Ten Post, het stukje krijgt de titel: ‘Uit het leven gegrepen.’ Zijn bijnaam dankt hij aan zijn Zimbabwaanse evenknie en Liverpool-fenomeen Bruce Grobbelaar, net als hem een clown tussen de palen, met onmogelijke reddingen afgewisseld met blunders en malle acties. Ook de uiterlijke overeenkomst is opvallend.

Hij probeert die middag een bal die in de sloot valt eruit te halen, maar tot zijn schrik en hilariteit van toeschouwers verliest hij zijn evenwicht, gaat kopje onder en kruipt er met kroost op de kop en hulp van buitenaf, waarbij hij drie keer terugglijdt, weer uit. Krijgt van de scheids een kwartier om zich op te frissen. Herneemt zijn plek in het doel en beschrijft hoe medespelers vanwege de stank die van ‘m afkomt (‘ze deden een knijper op de neus’) niet meer bij hem in de buurt durven te komen, maar: ‘de voorwaartsen van TEO waren kennelijk van boerenafkomst en wel gewend aan deze stank.’ TEO wint met 1-7.

Na het opbergen van de keepershandschoenen wordt Henkie leider. Blijkt ie voor in de wieg gelegd. Ideale brug tussen en trainer en groep. Een grap en een grol. Begin jaren negentig, voordat het digitale tijdperk is losgebarsten, brengt hij op zijn fietsje voorafgaand aan de voorbereiding bij alle spelers een stencil met het trainingsschema. Met een nietje wordt echter een tweede vel bijeengehouden; met daarop pikante plaatjes van schaars geklede dames. Ook stimulerend voor de voetballers. Welk kopieerapparaat heeft bij de PTT overuren gedraaid?

Hij zorgt voor de catering in de bus naar uitwedstrijden. ‘We willen droge worst de volgende keer Henkie’, brullen de spelers in koor. Niet tegen dovemansoren gezegd; de volgende trip komt hij aangelopen, in de hand een beste puut met worst, een glunderend smoeltje erbij, dit heeft hij toch puik geregeld. De harde humor van de heren: ‘Henk, alsjeblieft, ga weg met die worst, hebben we totáál geen zin in. Henk verbouwereerd achterlatend. Gelukkig slechts voor twee minuten.

Hij heeft grote verhalen over de vakanties in Callantsoog waar hij samen met zijn vrouw Ciska in de zomer in de caravan vertoeft. Hugo Hovenkamp, dé Hugo Hovenkamp, is eigenaar van de camping. Als kleine jongens waren ze samen opgegroeid in de Vinkenstraat in Groningen en beiden lid geworden van GVAV Rapiditas zoals zoveel jongens uit de Oosterparkwijk.

Henk is de bruinste man van het dorp, daar is ie trots op. Trots vertelt hij ook over z’n kinderen. Dat zijn dochter zo goed kan leren en dat zijn zoon op een groot schip vaart. Hij houdt van gezelligheid en is gangmaker op feestjes en immer present in de kantine, de geneugten van het leven inhalerend. Hij is jarenlang elftalleider van het eerste, daarna bij het vijfde. Vaste prik is het trainingskamp op Ameland.

Thuis laat hij een andere kant zien; zonder publiek is hij juist rustig en een man met een brede belangstelling. Eentje met een hartje van goud; als Lucas en Gea optreden in de kroeg snelt hij zich vooraf naar zijn groentetuin, plukt een flinke bos sperziebonen en plant ze tijdens het optreden zo voor Gea’s neus op de bühne.

Vorige week kwam Ciska een stapel oude Treffers langsbrengen. Voor de liefhebber. Ze had ze weer gelezen. Al die ludieke stukjes van Henk. Als keeper, als leider.

Henk overlijdt in 2008. Hij leeft voort in de verhalen. Wie schrijft die blijft.

Ursula Sennema

Reageren