Ursula Sennema: In 1974 ben ik drie

Geplaatst:

In 1974 ben ik drie. Ik kan er onmogelijk een herinnering aan hebben. Als ik een elftalfoto zie weet ik het zeker: het elftal van 74 is esthetisch gezien het allermooist. Alle spelers lang haar. De intens-blauwe ogen van Neeskens, de 0-benen van Van Hanegem, de ondeugende uitkijk van Rep.

Het wordt drukker in de voetbalhemel. Cruijff, Keizer, Nanninga. Generatiegenoten van mijn vadertje die 21 maart 75 kaarsjes uitblaast. Lees ‘De jonge jaren van Cruijff’, over de groentewinkel met de slogan Voor uw bruiloft of fuif, neem fruit van Cruijff. Terwijl kleine Jopie paraat staat als bezorger. Andere tijden, de jaren vijftig en zestig.

1978? Snelle conclusie over het boek ‘De Lange. Het verhaal van Dick Nanninga’: het is vooral klaverjassen en bierdrinken dat WK. Na het verlaten van hotel en stadion snel met een Marlboro in de mond de bus in, door de aanwezigheid van marcherende militairen van de Junta is het alles behalve ontspannen.

Zestien jaar ben ik in 1988. De wereld vol belofte. In de schoolagenda prijken Panini-voetbalplaatjes met Bosman, Van Basten en Winter. Heimelijk een oogje op alle spelers. Na matige jaren staat er een goeie selectie, de juiste mix van talent en ervaring, balans tussen excellerende spelers (Gullit, Van Basten) en waterdragers (Van Aerle, Van Tiggelen).  

In 1998 (Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp) dansen we op tafels achterin in de Groote Griet op de Grote Markt. Iedereen dikke vrienden met elkaar. Het aanvallende spel zorgt voor euforie, een ploeg waarmee je je wilt identificeren, de wereld is zoet en goed. Ik heb net een vervolgopleiding afgerond, de verantwoordelijkheid voel ik in m’n keel. Maar op dat moment lekker niet.

In 2000 zit er ineens een dreumes op schoot. Het voetbal verdwijnt naar de achtergrond. Hoezo over voetbal praten? Kijk eens naar dit mooie schepseltje, hoe fijn hij lacht. We zitten in een huisje op Schiermonnikoog. Druk in de weer met fruithapjes en slaapjes. Wanneer er een goal valt op tv  met hard gejoel zet het ventje ‘t op een krijsen van schrik.

De jaren erna blijft het meer op afstand. Ik schiet in de faciliterende rol. Ga toastjes smeren als de spelers het veld opkomen. Voor het volkslied schalt staan ook de kaas en worst op tafel. Huis en straat zijn versierd. Oranje slingers om onze hals. Voetbal kijken met vrienden of met buren verderop.

Mijn vader praat graag over voetbal en aardappels. Eerappels. We maken fietstochten over het Hogeland. Hij is de navigator en heeft de route in de kop. We ploffen neer op een terras en smullen van kroketten. Hij heeft teksten die me vertrouwd in de oren klinken. Over voetbal kan ik ze dromen. Over aardappels minder. Ik doe of ik luister, maar ondertussen zoom ik uit.

Hij wijst onderweg over de vlakte. De rassen, de smaken, dat ze gaan ‘spieren’ als ze te lang liggen, dat ik er een jutezak of krant op moet leggen. Maar wát de rassen en de smaken zijn: ik zou het niet weten. Er volgt een tip: ‘Schil het groene gedeelte weg.’

Ik ken mijn vader bijna vijftig jaar. Zijn vaakst gestelde vraag is of ik aardappels genoeg heb. Zijn meest uitgesproken bericht is dat hij een VI voor me heeft klaarliggen.

We trappen naar Zoutkamp over Zuurdijk. Bij Zeester aanbeland gaat het over scheidsrechter Albert Nauta. Bij het voetbalveld in Leens zijn de broers Buikema het onderwerp. ‘Beste voetballers.’ In Kloosterburen een paar zinnen over Lex Stok en zijn pa, beiden ooit keeper bij Klooster. Terug over Eenrum waar een quote over Joost Mulder, de jongen met het snoeiharde schot, nooit ontbreekt.

Zoete herinneringen dat we op zondagmiddag voetbal keken bij Eenrum of Kloosterburen. Altijd mooi weer, altijd winst, altijd een periodetitel of kampioenschap.

De andere kant op gebeurt ook. Via Onderdendam naar Middelstum. Nieuwe complex bekijken. Verbeten trek om de mond: ‘Willem Koopman, een harde speler.’ Een lach en een anekdote die ik honderd keer eerder heb gehoord: het ging er flink om weg.

Ursula Sennema

Reageren