Ursula Sennema: Voetballer Luuk Brands

Geplaatst:

My all time favorite voetballer van SV Bedum is Luuk Brands. Ik zou ‘m dit in geen honderdduizend jaar durven zeggen – sterker nog, in de vijftien jaar dat ik hem in de hoofdmacht zie dartelen – heb ik ‘m drie keer hoi gezegd of de duim naar hem opgestoken, uitgezonderd de fase diep in het vorige decennium toen we hyvesvrienden waren en ik hem ‘krabbelde’; een berichtje stuurde met een vrolijke emoji als succeswens voor een wedstrijd.

In die vijftien jaar, Luuk maakte zijn debuut op z’n zestiende, is hij geen spat veranderd constateerde ik vorige week. Zijn strijdtoneel blijft het middenveld. Hij is onverminderd gretig en fel. De sokken wat afgezakt, rood-paarse Adidassen, loerend op iedere bal. Duels op het scherpst van de snede, hij kleunt er stevig in. Het lichaam vooroverhellend, de handen in de zij, in afwachting van actie, overduidelijk meer roof- dan prooidier. Iemand die doorgaat waar anderen opgeven; niet halfslachtig maar vol overtuiging. Eentje die je graag in je ploeg hebt. Eentje die uitstapjes maakte naar het vijfde en tweede elftal, maar die terugkeert als hij nodig is. Een jongen van het zondagvoetbal. Blauwe laserogen, een schalkse blik, alsof hij een binnenpretje heeft. Een jongensgezicht, maar toch op beide knieën inmiddels een knappe koter.

Op vrijdagmiddag doe ik boodschappen bij de Plus. Bij de slagerij-afdeling stopt mijn karretje. Gehakt voor de soep, een droge worst, en mijn wekelijks terugkerende vraag voor de slagersjongen: welke spareribs zijn pittiger; de Indische of de Piri Piri. Dit als inleiding om drie zinnen over voetbal uit te wisselen. Tegenstander, blessures, prognose.

Eens kwam mij het gerucht ter ore dat Luuk bij de vleesafdeling van de Jumbo in Uithuizen werkt. In een opwelling bedacht ik op een vrijdagmiddag de wagen richting Uithuizen te koersen om daar vlees in te slaan. Kon ik eindelijk drie, vier zinnen tegen ‘m zeggen en bovendien: zo’n slagerspakje met of zonder petje ziet er guitig uit. Ik besloot het op de valreep niet te doen, het zou wat te ver gaan.

Vorige winter maakte ik foto’s. Mistig en koud. De grensrechter van VVK droeg een knaloranje Unox-muts. Trainer Visser, echte koukleum, zat onder een wollen dekentje (een wollen dekentje!) in de dug-out. Wat gebeurt er bij kou? Door de verminderde zuurstoftoevoer verkleuren alle lichaamsextremiteiten naar paars – bij Luuk en zijn ploeggenoten paars als hun shirts. De lippen, de neuzen, de oren, alles richting violet. En de twee rastajongens van VVK dan? Nee, bij hen niet.

Volgend seizoen wordt tot mijn opluchting op zondagmiddag gewoon nog gevoetbald in Bedum. Vandaag de dag lonkt nacompetitie. In mei schijnt de zon. Dat betekent rode wangen op de kiekjes. Zet ‘m op Luuk.

Ursula Sennema

Reageren