Vincent Muskee: Wiel en Michel

Geplaatst:

De voorzitter was zelf ooit trainer geweest. Dat ging goed, zei hij. Zijn imponerende carrière was voor een groot deel te danken aan zijn vooruitstrevendheid (toen wel..) en vooral aan Wiel. Voorzitter kocht ooit het boek van Wiel, leerde alle bewegingen uit zijn hoofd, maakte slidings in de woonkamer en demonstreerde op elke verjaardag het overstapje. Voorzitter kende de teksten onder de foto’s in het befaamde boek van Wiel uit zijn hoofd: ‘rechts binnenkant kappen, links buitenkant andere voet meenemen’.  Elke warming-up van de nog steeds trotse voorzitter bestond uit de oefeningen van Wiel en behalve technisch vaardig, bracht de voorzitter zijn spelers in optimale conditie.

Dertig jaar later denkt de voorzitter dat Wiel nog steeds het ei van Columbus is. Een denkfout.

Wiel is niet meer, zijn methode leeft weliswaar voort maar is (sterk) achterhaald. Tegenwoordig zijn er heel andere vooruitstrevende trainingsmethodes. En bovendien: de methode Wiel is niet zaligmakend. Je linksback die het overstapje beheerst maar dat continu in de eigen zestienmetergebied doet, daar zit de moderne trainer niet op te wachten. Verdedigers moeten verdedigen. Laat die honderd ballen per training op de fontanel nemen.

Vanwege een zee aan vrije tijd en voortschrijdend inzicht beheers ik ondertussen de Bruyninckx methode tot in de finesses. Bruyninckx is een veel te dikke en vrijwel onverstaanbare Belg, die ontzettend veel geld verdient in de woestijn, in Milaan en Frankrijk. Michel bedacht de bal aan het touwtje en de cogi-training. En van cogi-training ben ik fan.

Net als de methode Wiel, moet je ook de methode Michel filteren. Michel draaft net als Wiel ook wel eens door. Dat je passbeen ook je eerste loopbeen is of wordt, dat geloof ik wel. Michel traint voetballers op een manier die het best aansluit bij het functioneren van ons brein. Bij Michel draait het niet om overstapjes maar om ritme, beweging, hoeken, synchronisatie, timing en emotie. Volgens Michel traint een jeugdspeler beter als je voor de training even vraagt hoe de spreekbeurt over de hond ging. Van Michel moet je bovendien fouten accepteren – heel, heel lastig, geef ik toe- en beloon je elke geslaagde oefening met een applausje.

Michel laat voetballertjes multitasken. De linksback van negen jaar krijgt de bal op zijn rechterbeen aangespeeld, nadat hij eerst over de rechterschouder gekeken heeft en de kleur van het hesje van de trainer (die staat als een verkeersagent met hesjes van verschillende kleuren te zwaaien) geschreeuwd heeft. Hij – de linksback dus- kaatst met rechts, draait weg naar links, vangt een bal, bakt een ei, draait een shagje, kaatst een toegespeelde tennisbal en krijgt applaus. En: zegt Michel links, dan moet je juist naar rechts en andersom.

Ik geloof ondertussen heilig in de methode Michel, nadat ik het losliet op D-pupillen die onvoorstelbaar snel raad wisten met de complexe oefeningen en er zelfs plezier aan beleefden. Het eeuwige gezeur om het partijtje bleef achterwege. Niet voor niets heeft ondertussen zelfs AC Milan Michels methode omarmd. Net als Metz en Anderlecht trouwens en bovendien geldt Dries Mertens als de modelspeler van de methode van de niet bepaald slanke Belg.  Zijn methode sorteert snel effect. Dat merk je meteen. Vooral als het gaat om focus en concentratie boek je als trainer heel snel winst, in deze snelle wereld geen overbodige luxe. Kinderen krijgen veel te veel en veel te snel informatie binnen en krijgen amper tijd die te verwerken. Geconcentreerd zijn ze amper op de training. Wél echter met de methode Michel, die ook gekant is tegen harde muziek in de kleedkamer voor de wedstrijd. En wat hoor je voor elke wedstrijd uit vrijwel elke kleedkamer? Juist ja John de Bever en die lach van zijn gezicht. Michel haat koptelefoontjes in de oren van kinderen, tegenwoordig zelfs toegestaan in de klas.

Volgens Michel is dit dus dodelijk en duurt het zeker tussen de negen en dertien minuten voor de spelers de muziek vergeten zijn en zich volledig kunnen richten op de wedstrijd. Uit dus die muziek. Andre Rieu voor de wedstrijd – zo luid mogelijk liefst- in de kleedkamer mag daarentegen weer wel. Die muziek namelijk, is afgestemd op onze hartslag. Daar is over nagedacht. Met Rieu op de viool wordt elke speler beter. En beste trainers, spelers zijn in staat om negen minuten naar je te luisteren. Maximaal. De rest van de tijd praat je in het luchtledige.

Michel is mijn talisman geworden. Mysterieus, briljant en soms onnavolgbaar. ‘Je ziet met je hersenen’,  stelt hij onomwonden, zoals hij ook beweert dat onze hersenen ons voortdurend bedriegen. Niet is nog wat het lijkt, nu ik Michel heb leren kennen.

Oké dan, een tipje van de sluier. Maak met hoedjes een kruis. Laat twee spelers achter elkaar naar het midden van het kruis dribbelen. De voorste speler legt de bal met de onderkant van de voet een halve meter voor het middelpunt stil. Ook de speler die achter hem dribbelt doet dat. De voorste speler maakt een draai (buitenlangs) en neemt de achterste bal mee richting midden. De achterste speler is ondertussen na de midden pion linksaf geslagen (wel even met het rechterbeen afzetten!) en pikt daar de tweede bal op, want synchroon met het tweetal is vanuit tegenovergestelde richting ook een tweede duo begonnen. De eerste speler heeft ondertussen de achterste bal aan de voet, neemt die mee tot een halve meter voor de midden pilon, laat die bal daar weer liggen, slaat linksaf en neemt daar de bal die er ligt (van het andere duo) mee en passt naar de speler frontaal voor hem. Lijkt moeilijk, maar zelfs tamelijk talentloze spelertjes kunnen dit binnen een minuut of vijf.

Michel is de nieuwe Wiel. Al blijft de voorzitter daar anders over denken.

Vincent Muskee

Reacties (1)

Reageren